BROCHURES
  NIEUWSBRIEVEN     VIDEO/TV-PRODUCTIES     BOEKEN     REPORTAGES     REDACTIE  
Algemeen:
Startpagina
Over Hoi Media
Contact
Opdrachtgevers
Netwerk & links
Sitemap

Pubers

BROCHURETEKST BIBLIOTHEEKVERNIEUWING DEEL 7.
(publicatie augustus 2006)

OMSLAGTEKST:

Hoofdkop: De bibliotheek, de stad en u!

Onderkop: Vernieuwing in acht delen

Toevoeging: DEEL 7: JONGEREN

Colofon
ISBN
NUR

Uitgave
Kenniscentrum Grote Steden
Kennisprogramma Bibliotheken
Laan van Nieuw Oost Indië 300
Postbus 90750
2509 LT Den Haag
Telefoon +31 (0)70-3440966
Fax: +31 (0)70-3440967
E-mail: info@hetkenniscentrum.nl
Web: www.hetkenniscentrum.nl/bibliotheken

Met dank aan:
Rob Bruijnzeels
Prof. Dr. Frank Huysmans

Tekst
Hoi Media, Haarlem

Grafisch Ontwerp
L.P. Poorter, Kenniscentrum Grote Steden

Drukwerk
Veenman, Rotterdam


Intro.
Een paar gewetensvragen. Hoe bedreven bent u met moderne communicatiemiddelen? Snapt u uw computer? Hoeveel informatiebronnen kunt u in één keer behappen? Praat u het liefst met één iemand tegelijk of kunt u ondertussen ook (video)chatten, een computerspelletje spelen, filmpjes uitwisselen, muziek downloaden en gelijktijdig een sms versturen?

De meeste tieners draaien er de hand niet voor om. Ze weten niet beter. Voor iedereen die na pakweg 1988 geboren is, is de beschikbaarheid van internet en al die andere communicatiemiddelen de gewoonste zaak van de wereld.

Bestuurders die verantwoordelijk zijn voor de culturele instellingen in hun stad hebben het niet makkelijk. Om te begrijpen wat de jongeren van nu denken, doen en willen, moeten zij zich kunnen verplaatsen in een levensfase, die ze al jaren geleden achter zich hebben gelaten: de pubertijd. Door de moderne technieken lijkt dat ‘inleven’ alleen maar moeilijker te worden.

Hoe groter de kloof, hoe groter de verleiding om pubers weg te zetten als onverschillige nietsnutten, die de hele dag surfen, te vroeg van school gaan en als probleemjongeren overlast kunnen veroorzaken op straat. Onderzoek toont aan dat daarmee aan de tieners van nu geen recht wordt gedaan.

Nederland telt ruim een miljoen jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Ze zijn soms lastig, maar het zijn ook snelle en slimme gebruikers van moderne communicatieapparatuur die hen in staat stelt het leven in te richten op een manier, die voor ouderen onvoorstelbaar is; met grenzeloze sociale netwerken en maatschappelijke betrokkenheid, die op een compleet andere manier wordt vormgegeven.

Om jongeren te bereiken moeten bestuurders de kloof van onbegrip zien te dichten. Dat is nodig omdat jongeren de generatie van de toekomst zijn en een belangrijk potentieel vormen voor de culturele instellingen in de stad, en zij ook andersom van die instellingen moeten kunnen profiteren. De kloof is te overbruggen. Moeilijk, maar niet onmogelijk.

In handen heeft u deel 7 van een brochurereeks over de bibliotheekvernieuwing in Nederland. Met deze brochures maakt het Kenniscentrum Grote Steden aan de hand van concrete thema’s duidelijk hoe het potentieel van de Nederlandse bibliotheken kan worden benut voor nieuw beleid. Deze aflevering beschrijft de kenmerken van de jongeren van nu. Het is een verrassende kennismaking met wat ook wel de ‘generatie Einstein’ wordt genoemd en biedt bestuurders nieuwe inzichten en praktische handvatten om de kloof tussen de generaties te dichten.

Begrip.
Een onderzoeker zei het zo: ‘Jongeren begrijpen de ouderen heel erg goed. Het probleem is juist dat de ouderen de jongeren niet meer begrijpen.’

Voor sommige volwassenen lijken de tieners met hun 24/7 manier van communiceren van een andere planeet te komen. Volwassenen kunnen vaak niet om de conclusie heen dat ze de tieners nauwelijks meer kunnen bijbenen. Dat is irritant. Tel daarbij op het onaangepaste en onvoorspelbare gedrag dat tieners vaak eigen is, en de neiging om puberaal gedrag te vooroordelen dringt zich op.

De schrijvers van het boek Generatie Einstein (Pearson Education Benelux, 2006) brachten de belangrijkste vooroordelen van volwassenen over pubers in kaart en beschreven de grootste verschillen tussen de hedendaagse tieners en latere generaties. Dat leverde een interessante inventarisatie op.

Volwassenen denken vaak dat pubers oppervlakkig zijn. In de praktijk zijn pubers juist in veel dingen tegelijkertijd geïnteresseerd.Volwassenen vinden pubers vaak onverschillig. Maar vaak zitten ze juist vol jeugdige passie.
Veel volwassenen verstarren door een informatiebombardement. Pubers voelen zich daarin juist als en vis in het water.
Volwassenen zijn gewend lineair te leren. Dat wil zeggen: volgens vaste patronen. Pubers leren lateraal met behulp van associaties.
Volwassen hebben de neiging pubers niet serieus te nemen. Zij respecteren op hun beurt iedereen die authentiek en oprecht is.
Volwassen gaan ervan uit dat de wereld niet eerlijk is. Pubers zien eerlijkheid als het hoogste goed.
Volwassenen vertellen en verwachten dat ze naar ons luisteren. Pubers communiceren en leren van elkaar.
Volwassenen opereren vaak stand-alone. Pubers leven, leren en werken nadrukkelijk in netwerken.
Volwassenen verwachten dat iemand vertelt hoe het moet. Pubers ontdekken en onderzoeken veel zelf.
Volwassenen calculeren onzin in, bijvoorbeeld van de reclame. Pubers doen dat niet en hebben een scherp oog voor wat echt is en wat niet.

Vanuit deze opsomming ontstaat plotseling een heel ander beeld van de jongeren van nu: ze zijn niet lamlendig en apathisch, maar ze vormen een nieuwsgierige en initiatiefrijke generatie, die snel communiceert, snel oordeelt en zich snel aanpast op basis van nieuwe inzichten. Tieners zoeken elkaar veel sneller op en gaan intensief met elkaar om op basis van gedeelde interesses, niet op basis van leeftijd of sociale afkomst en de vraag of iemand in Nederland geboren is of niet. Ze nemen actief deel aan nieuwe, grenzeloze en dynamische netwerken. Ze steken niet alleen iets op van hun ouders en van hun docenten, maar zij halen hun informatie ook uit tal van andere bronnen, leggen daartussen bijzondere verbanden en wisselen hun inzichten razendsnel uit. Ze zijn niet gevoelig voor bevoogding, luisteren niet naar praatjes, redeneren niet vanuit politieke verhoudingen, maar gaan voor authenticiteit, voor eerlijkheid en overtuigingskracht.

Aanpassing.
Zet dit beeld af tegenover de educatieve werkwijze van een traditioneel georganiseerde instelling als een bibliotheek en het is duidelijk dat er een kloof te overbruggen valt.

De aloude bibliotheek wil voor jonge kinderen tot en met het laatste jaar van de basisschool een ondersteunende en stimulerende rol spelen. Het belang daarvan wordt door alle betrokkenen onderstreept. Maar zodra kinderen gaan puberen, wordt het beeld plotseling diffuus en lijken de bibliotheken de grip op de doelgroep kwijt te raken.

Aparte functionarissen voor de jeugd zijn in het huidige bibliotheekwerk niet of nauwelijks te vinden. Wat er voor de tieners wél gebeurt, is deels adhoc en valt in grofweg twee delen uiteen.

Bibliotheken verlenen met boeken en internet diensten aan schoolgaande en studerende jongeren. Op het gebied van vrijetijdsbesteding kunnen jongeren bij bibliotheken terecht voor onder andere cd’s en dvd’s. Ook kunnen ze gebruik maken van culturele en educatieve programma’s, die doorgaans voor een heel breed publiek zijn bedoeld.
Bibliotheken hebben op deze wijze jarenlang probleemloos kunnen functioneren. Maar midden jaren negentig heeft de opkomst van de informatietechnologie de levensstijl van de jongeren ingrijpend veranderd. De vraag is nu of bibliotheken zich aan het veranderde gedrag van deze generatie kunnen aanpassen. Maar ook of zo’n aanpassing voldoende is om de nieuwste generatie te binden. Misschien is een radicalere omslag in het denken nodig.

Ambitie.
Even terug naar de basis. Het spreekt voor zich dat bibliotheken schoolgaande jongeren op het juiste moment moeten voorzien van de spullen die zij voor hun opleiding nodig hebben. Maar daarnaast zouden bibliotheken veel nadrukkelijker een rol kunnen gaan spelen in de persoonlijke ontwikkeling van de jongeren.

Algemeen gesteld zijn bibliotheken voor iedere leeftijdsgroep een onmisbare basisvoorziening, die de verbeelding aanwakkert en die betekenis geeft aan de dingen die in het leven worden meegemaakt. Bibliotheken zijn een plek waar mensen zich kunnen informeren, waar ze kunnen leren de goede vragen te stellen en waar ze kritisch kunnen leren omgaan met verworven kennis.

Ook, en misschien wel juist de jongeren hebben er belang bij dat zij zich in de informatiemaatschappij staande kunnen houden. De bibliotheek heeft daarvoor alle kennis en kunde in huis. Maar in de leefwereld van pubers speelt de bibliotheek doorgaans geen bijzondere rol. Pubers hebben wel iets anders aan het hoofd. Wat te denken van school, ouders, vrienden en vriendinnen, seks en Pinkpop?

Om in die bijzondere levensfase een plek te veroveren is het bij lange na niet genoeg om met snel bedachte projecten de jongeren te binden. Jongeren zijn ongevoelig voor onechte modieuze grillen, ze trekken zich niet veel aan van een nieuw en flitsend behangetje. Jongeren zoeken zappend, surfend en chattend hun eigen weg.

Bibliotheken moeten met andere woorden de ambitie aandurven om veel verder te gaan en het jongerenwerk binnen de bibliotheek opnieuw uit te vinden. Dat is beslist een lastige opgave, die een blijvende inspanning vergt.

Gouden regels.
Jongeren blijvend besmetten met liefde voor de bibliotheek is in de regel een kwestie van een strijd op veel fronten tegelijk. Maar succes is zeker haalbaar. De Vlaamse onderzoeker Franky Devos geeft in zijn boek ‘Jong & Grijpbaar’(uitgeverij International Theatre & Film Books Amsterdam, 2005) vijf gouden regels, waaraan culturele instellingen zich beslist moeten houden als zij van hun acties richting jongeren een blijvend succes willen maken.

Ga niet voor een one-night-stand.
Om jongeren te bereiken moet het vuur permanent worden aangewakkerd. Er is een langetermijnstrategie nodig, die telkens moet worden aangepast en bijgesteld.
Zet jongeren in de driver’s seat.
Doe als professional een stap naar achteren en laat jongeren veel werk zelf doen. Als ze medeplichtig zijn, is het rendement vele malen groter.
Pas op voor nep.
Authenticiteit is de centrale waarde in het leven van jongeren. Jongeren zijn beducht voor marketingtrucs en volwassenen, die plotseling raar praten over cool, vet, relaxed en worldshaking.
Iedereen is een vip.
Jongeren moeten zich speciaal voelen. Zorg voor exclusiviteit. Campagnemateriaal met een handgeschreven omslag maakt meer indruk dan een strakke e-mail.
Overschat ze niet.
Niemand belandt spontaan op een bibliotheeksite. Jongeren dus ook niet. Schoolkranten, populaire jongerenbladen, flyers in het uitgaansleven en gratis kranten vormen vaak een effectiever communicatieplatform.

Wie deze regels in acht neemt, en jongeren hier actief bij betrekt, zal na verloop van tijd compleet nieuwe werkvormen zien ontstaan. Hoe het bibliotheekwerk eruit zal gaan zien (of het plaatsvindt in een bibliotheekgebouw, een virtueel netwerk of een combinatie daarvan) moet deels aan de jongeren zelf worden overgelaten en is vooraf dus niet te voorspellen. Pas nadat zij daadwerkelijk betrokken zijn geraakt bij het bedenken van nieuwe richtingen, zullen de contouren van het werk langzaam zichtbaar worden en krijgt de nieuwe bibliotheek een definitievere vorm.

Voorbeelden.
Dit zijn enkele voorbeelden van bibliotheken, die nieuwe en succesvolle activiteiten voor de jeugd hebben ontwikkeld:

Teenscape Library
Met het project Teenscape Library gaan bibliotheken in Overijssel veel verder dan de gebruikelijke hulp bij school- of studieopdrachten. Het Teenscape-concept gaat uit van de leefomgeving van jongeren, waarop de bibliotheek zich vervolgens aanpast. De bibliotheken leren in dit traject om activiteiten te ontwikkelen vóór en dóór jongeren. In het oog springend voorbeeld was de Urban Poetry Battle, een moderne gedichtenwedstrijd waaraan 2200 jongeren in een discotheek hebben deelgenomen.

Leestipmachine.
Diverse bibliotheken, waaronder in Drenthe en Gelderland, biedt jongeren sinds 2005 twee leestipmachines aan. Bezoekers beantwoorden via de site www.leestipmachine.nl enkele vragen en krijgen vervolgens tips over boeken die aansluiten op de eigen interesses. Ze kunnen er bovendien gratis drop mee verdienen. Er is een machine voor jongeren van 12 tot 16 jaar en een aparte machine voor de bovenbouw van havo, vwo en gymnasium.

Project Popmuziek.
In Hoogeveen organiseerde de bibliotheek in samenwerking met diverse culturele instellingen, de gemeente en het onderwijs onlangs het Project Popmuziek. Gedurende een half jaar werd scholieren een uitgebreid cultureel programma geboden, met films, lezingen, tentoonstellingen, een festival, workshops, leeskisten en een groot slotfeest. Er was ook een ontwerpwedstrijd voor cd’s en er werd een popquiz georganiseerd, waarin klassen van de deelnemende scholen het tegen elkaar opnamen.

Eigen jongerensite.
In Alkmaar hebben de gemeente en de bibliotheek samen een speciale website voor jongeren opgezet (www.jongalkmaar.nl). Jongeren van 12 tot en met 22 jaar verzorgen zelf een belangrijk deel van de input. De site bevat veel nieuws over onderwerpen die jongeren bezighouden en er is een apart jongerenpanel. Tal van Alkmaarse clubs en scholen nemen aan het project deel.

Toekomst.
Enthousiast bouwen aan de toekomst zonder precies te weten waar alle inspanningen toe zullen leiden, blijft uitermate lastig. Daarom ter inspiratie nog een voorproefje van wat nu al wordt uitgedokterd voor de jongste bibliotheekbezoekers. Een voorbeeld dus van bibliotheekwerk volgens de modernste inzichten.

Veel collecties zijn ingericht op alfabet en genre. Het vergt een bepaalde logische manier van denken om daarin een weg te vinden. Sommige kinderen doen dat van nature goed, anderen onderscheiden zich met andere talenten. Ze zijn bijvoorbeeld juist muzikaal of bewegelijk, hebben veel gevoel voor natuurkunde of juist voor talen. Die talenten zijn bij het ontsluiten van de collectie meestal niet het uitgangspunt.

Wat zou het bijzonder zijn wanneer bibliotheken bij het toegankelijk maken van hun collecties inspelen op de meervoudige intelligentie en verscheidene talenten van de doelgroep, wanneer bezoekers via een draagbare computer (pda’s) hun weg kunnen vinden in nieuwe zoekarrangementen met trefwoorden als bijvoorbeeld muziek, liefde of eng. En wanneer zij vervolgens hun ideeën en meningen kwijt kunnen in hun draagbare computer en zo nieuwe contextinformatie leveren voor andere bezoekers. Het is een radicaal andere manier van werken die jongeren aanspreekt op hun persoonlijke capaciteiten en talenten en ze veel rijker en minder problematisch neerzet dan vaak wordt gedaan.

Toekomstmuziek? Luchtfietserij? Eind 2006 gaat het eerste project van start onder de titel ‘De bibliotheek van de 100 talenten’ bij de nieuwe bibliotheek in Heerhugowaard. De nieuwbouw van Amsterdam volgt in het voorjaar van 2007.

Checklist.
Stadsbestuurders en bibliotheekprofessionals die het aandurven om serieus werk te maken van het jongerenwerk bij de bibliotheken, doen er goed aan om een aantal zaken in de gaten te houden.

Bibliotheken moeten, net als andere culturele instellingen, de ruimte krijgen om nieuwe ideeën op te doen en concepten te ontwikkelen.De instellingen moeten tegelijkertijd verplicht worden gesteld om samenwerking te zoeken met andere instellingen in de stad die zich op jongeren richten. Gemeenten zijn de aangewezen partij om nieuwe vormen van jeugdwerk te initiëren. Zij moeten het initiatief nemen en de verschillende betrokken partijen bijeen brengen.Nieuwe programma’s moeten met, en zover mogelijk ook door de jongeren zelf worden opgezet.Instellingen moeten risico’s willen nemen en bereid zijn het jongerenwerk als een duidelijk leertraject te ervaren.Politici moeten de verleiding weerstaan om bibliotheken te zien als Haarlemmerolie, als het middel tegen vroegtijdig schoolverlaten, overlast van hangjongeren of andere probleemsituaties. Bibliotheken spelen hierin hooguit een aanvullende rol, ze zijn beslist geen breekijzer.Bibliotheken moeten op sommige terreinen afscheid durven nemen van de educatieve rol. Zodra een bibliotheek in de ogen van jongeren teveel een onderwijsprofiel aanneemt, worden ze voor de jeugd oninteressant.




BROCHURES & FOLDERS