REPORTAGES
  NIEUWSBRIEVEN     VIDEO/TV-PRODUCTIES     BROCHURES     BOEKEN     REDACTIE  
HR Strategie
ManagementTeam
Intermediair
Bellen.com
Marktplaats.nl
Familiecongiërge
Weekendjeweg.nl
Durfkapitalisten
Leerwerkbanen
Waanzin
Speurneus
Cowboys aan de macht
Mannentrucs!
Vloeibaar
Noodzaak
Vermorzeld
De man achter Princess
Operatie met beton
Een akkoord bij Corus
Lol loont!
De geur van zaagsel
Achter de komma
Wereld zonder files
Over eerlijk zijn
Knipsels
Algemeen:
Startpagina
Over Hoi Media
Contact
Opdrachtgevers
Netwerk & links
Sitemap

OR, wees op je hoede!

Bron: B Kader


De jaarcijfers van een bedrijf zouden tot achter de komma moeten kloppen zodra er een handtekening van een accountant onder staat. Maar in de praktijk blijkt deze verklaring niet altijd waterdicht. Volgens directeur Pieter Lakeman van de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie SOBI is met grofweg de helft van alle jaarcijfers iets mis en zouden or-ren best kritischer mogen controleren. “Een accountant moet je niet per definitie vertrouwen.”

Jaarverslagen zijn boeken vol ondoorgrondelijke tabellen en cijfers. Ze liggen alleen bij de echte liefhebber op het nachtkastje. Ondernemingsraden missen de deskundigheid en nemen de cijfers vaak voor lief. Toch blijkt uit recente boekhoudschandalen dat zelfs goedgekeurde jaarrekeningen kunnen rammelen en soms zelfs bewust worden gebruikt om financiële malversaties te maskeren.
Het bedrijfsleven hoopt angstvallig dat de grootste schandalen nu wel aan het licht zijn gekomen. Maar volgens Pieter Lakeman is er na Enron, WorldCom en Ahold nog geen enkele reden om opgelucht achterover te leunen. Sterker nog, volgens hem bevat de helft van de jaarrekeningen van de Nederlandse top-25 serieuze fouten. En het is volgens hem ook aan werknemers om daar alerter op te zijn.
Lakeman: “Een verklaring van een accountant heeft geen toegevoegde waarde. Ze maken de verantwoordelijkheid voor de cijfers alleen maar diffuser, want directies gaan zich erachter verschuilen. Ik ga niet zeggen dat iedere ondernemingsraad stelselmatig een second opinion moet laten uitvoeren. Maar zeker als er problemen zijn met het bedrijf, of als je op de markt bepaalde ontwikkelingen ziet aankomen, dan is het verstandig om de boel door een deskundige derde te laten bekijken.”
Pieter Lakeman is niet bepaald een vriend van het Nederlandse accountantsgilde. Hij achtervolgt de ogenschijnlijk onkreukbare beroepsgroep al jaren met bijtende kritiek. Hij vindt dat de rekenmeesters slecht functioneren en verwijt hen betrokkenheid bij fraudezaken. Ook staat hij voortdurend op de barricades in de strijd tegen de belangenverstrengeling van invloedrijke accountantskantoren als Ernst & Young, KPMG en PWC en hun opdrachtgevers, de topbestuurders van de multinationals. De SOBI-directeur beschuldigt hen ervan elkaar de hand boven het hoofd houden in een voor buitenstaanders ondoordringbaar ‘old boys network’.
Zijn laatste poging om het massieve front van accountants en werkgevers te breken is zijn recente wrakingverzoek bij de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam. Volgens Lakeman deugt de samenstelling van die ‘bedrijvenrechtbank’ niet omdat een kwart van alle rechtsprekende deskundigen financieel verbonden is aan een van de vier grote accountantkantoren.
Lakeman heeft verschillende rechtszaken bij de ondernemingskamer lopen. Bij die zaken is meestal het functioneren van diezelfde accountantkantoren in het geding. Lakeman vindt die belangenverstrengeling ontoelaatbaar en heeft het hof gevraagd de betrokken deskundigen van al die zaken uit te sluiten.
Hij zegt: “Het in een principiële kwestie. De samenstelling van de ondernemingskamer rammelt en is onlogisch. Je ziet er het lobbywerk in terug van het NIVRA (de koepel van accountants, red.). Mensen zitten daar niet puur vanwege hun juridische kennis, maar om de belangen van hun klanten te behartigen.
Ik aarzel om daar stelliger over te zijn, want ik heb geen keiharde bewijzen. Maar mijn vermoedens worden onderschreven door gepensioneerde accountants. Nu ze niet langer het groepsstandpunt hoeven te verwoorden, komen ze plotseling met het verhaal dat de banden hechter zijn dan ze jarenlang hebben beweerd. In de witte boordenwereld ben ik geneigd die mensen eerder te geloven dan de werkenden.”
Pieter Lakeman en zijn in 1976 opgerichte SOBI voeren een betrekkelijk eenzame strijd tegen ongerechtigheden in jaarcijfers en mismanagement door zichzelf verrijkende topbestuurders. Hij treedt op als adviseur voor ondernemingsraden en schuldeisers en haalt zich vaak de woede van het establishment op de hals met zaken tegen onaantastbaar geachte grootheden uit het Nederlandse bedrijfsleven.
Zoals bijvoorbeeld oud-Ahold topman Cees van der Hoeven, tegen wie hij ook een strafklacht indiende bij justitie. Lakeman wil dat de opgestapte bestuursvoorzitter zijn teveel geïnde beloning terugbetaalt aan Ahold of aan de aandeelhouders, waaronder SOBI. Lakeman: “Ik wil dat Van der Hoeven wordt afgeserveerd. Hij is een van de grondleggers van de enorme zelfverrijking en het is goed als hij een keer wordt leeggeschud. Achter de tralies zou mooier zijn, maar daarvoor moet je in Italië zijn.”
De gevestigde orde pareerde de aanvallen van Lakeman lange tijd door hem af te schilderen als een vervelende, maar verder niet al te serieus te nemen lastpak. Maar de tijden lijken te veranderen. “Advocaten wilden in het begin nog wel eens minachtend doen, maar dat is niet meer zo. En als de top van het bedrijfsleven mij probeert te marginaliseren omdat ik een kleine organisatie vertegenwoordig, dan denk ik: het zal wel. Ik ben ze qua persoonlijkheid de baas. En bovendien gaat het niet om de vraag hoe groot jouw bureau is, maar wat de kracht is van de argumenten.”
Lakeman is ervan overtuigd dat veel werknemers op het juridische slagveld kansen laten liggen in de aanpak van falende managers. Arresten van de Hoge Raad maken het volgens hem mogelijk om geleden schade - bijvoorbeeld door een faillissement - persoonlijk op managers te verhalen. “Als zij de boel aantoonbaar te optimistisch hebben voorgespiegeld, dan is dat zeker in enkele gevallen haalbaar.”
Zijn hardnekkige strijd tegen het grootkapitaal heeft trekken van een persoonlijke missie. Maar de SOBI-directeur spreekt dat tegen. “Ik ben misschien iets meer een idealist dan de gemiddelde Nederlander, maar ik zal me er beslist niet voor op de brandstapel werpen. Ik vind het werk gewoon leuk. Ook wanneer het lukt om iemand in zijn hemd te zetten. Dat valt voor mij dan in de rubriek arbeidsvreugde.”

ANDREW GROENEVELD


foto: Piet den Blanken, Breda.