REPORTAGES
  NIEUWSBRIEVEN     VIDEO/TV-PRODUCTIES     BROCHURES     BOEKEN     REDACTIE  
HR Strategie
ManagementTeam
Intermediair
Bellen.com
Marktplaats.nl
Familiecongiërge
Weekendjeweg.nl
Durfkapitalisten
Leerwerkbanen
Waanzin
Speurneus
Cowboys aan de macht
Mannentrucs!
Vloeibaar
Noodzaak
Vermorzeld
De man achter Princess
Operatie met beton
Een akkoord bij Corus
Lol loont!
De geur van zaagsel
Achter de komma
Wereld zonder files
Over eerlijk zijn
Knipsels
Algemeen:
Startpagina
Over Hoi Media
Contact
Opdrachtgevers
Netwerk & links
Sitemap

De dilemma's van Circus Renz

Bron: De Zaak


Een simpele poster aan een lantaarnpaal was ooit genoeg om een compleet dorp op de been te krijgen. Maar om een circustent te vullen is er tegenwoordig méér nodig. Marketing, strategische keuzes, een geautomatiseerde boekhouding: een circus is een echt bedrijf. En van het personeel wordt bovendien nog iets extra’s verwacht, zegt Robert Ronday van Circus Renz. “Want zou de directeur van Philips het leuk vinden om op zijn kantoor te wonen?”

De geur van het verse zaagsel, de spanning in de coulissen, gewaagde acrobatiek en het applaus van het hooggeëerde publiek na afloop van de voorstelling. Niets lijkt er saai aan het circusbedrijf. Het lijkt een jongensdroom om aan zo’n rondreizend gezelschap leiding te mogen geven.
Heerlijke baan, circusdirecteur?
Robert Ronday: “Ik vind dat het soms een beetje wordt geromantiseerd. Iedereen heeft er zo’n bijzonder beeld bij. Het is ook allemaal heel bijzonder, maar het is in een circus vooral ook heel hard werken. Je bent negen maanden onderweg en zit 24 uur per dag op elkaars lip. Dat moet je liggen, het is een levenswijze. Je moet eerst een paar schoenen in het circus hebben versleten om dat te kunnen snappen.”
Robert Ronday werd in 1996 algemeen directeur van Circus Herman Renz nadat eigenaar Herman Renz en zijn vrouw Diana plotseling overleden aan de gevolgen van een koolmonoxidevergiftiging. Het circus kwam door dat overlijden in grote moeilijkheden. Over wat er na de dood van Herman en Diana moest gebeuren stond geen letter op papier.
Robert Ronday, die toen al voor het circus werkte, en zijn collega’s kregen onverwacht steun van het bedrijfsleven en leenden geld bij de bank. Daarmee hebben zij het bedrijf opnieuw opgebouwd. Ronday is nu algemeen directeur en heeft formeel de leiding. Maar in de praktijk gaat het er niet zo formeel aan toe. Vooral niet omdat het circus een echt familiebedrijf is. Ronday deelt de leiding onder andere met zijn ex-vrouw, zijn schoonmoeder, zijn zwager en schoonzus.
De directeur: “We zijn eigenlijk met z’n vijven. Er is een financieel directeur, er zijn er twee voor de restauratie en de catering en er heeft iemand leiding over de kassa. Meestal gaan we een keer per week bij elkaar zitten om nieuwtjes uit te wisselen en dingen te bespreken. Maar je ziet elkaar op ieder moment van de dag. De meeste zaken worden dus gewoon gaandeweg geregeld.”
Is zo’n hechte familieband in een bedrijf niet riskant?
“Ach, veel mensen vinden dat. Ze zeggen vaak: oh, oh, wat moeilijk. Maar we zijn een hechte familie, we kunnen niet zonder elkaar, we hebben er samen voor geknokt. Bovendien, iedereen heeft hier z’n taak en probeert zijn eigen toko zo goed mogelijk te runnen. En natuurlijk, je bent het wel eens niet met elkaar eens. Soms wil je een dag niet met iemand praten, maar dat gaat over. En iedereen is het over één ding heel erg eens: Circus Renz moet zo goed mogelijk voor de dag komen.”
De manier van werken bij Circus Renz spreekt behoorlijk tot de verbeelding. Steeds meer bedrijven komen langs om te kijken hoe je leiding geeft aan een rondreizend dorp met 75 bewoners; een staf, dierenverzorgers, de technici en tientallen veelal internationale artiesten met hun kinderen. Het circus is volledig selfsupporting. Iedere medewerker heeft zijn eigen slaapplaats, er zijn toiletten en er is zelfs een schooltje. Alleen voor water en een staanplaats moet het circus een beroep doen op de gemeente.
Ronday: “Het geheim zit bij ons in de multifunctionaliteit. Iedereen moet hier alles kunnen. De juffrouw op de trapeze verkoopt bij ons in de pauze de suikerspinnen. Ik heb zelf ook minstens acht petten op. Ik ben directeur, spreekstalmeester, regisseur van het programma, ik doe de personeelszaken, ik bemoei me tegen het programmaboekje aan, en ik doe de indeling van de wagens en de tent wanneer we in een nieuwe stad aankomen. Dat luistert best nauw, want de wc-wagen moet wel bij het riool staan en de leeuwen bij de tunnel naar de piste. Dat is passen en meten.”
Robert Ronday is een circusman in hart en nieren. Al als klein jongetje verzorgde hij voor een stuiver voorstellingen op straat. Hij zat op de kweekschool voor detailhandel in Amsterdam en leek voorbestemd voor de handel, totdat hij bij toeval als spreekstalmeester aan de slag kon bij Circus Toni Boltini.
Zijn ouders keken het wat meewarig aan en dachten aanvankelijk dat de gekte wel snel zou overwaaien. Maar het artiestenbestaan liet Ronday niet meer los. Samen met zijn vrouw had hij een goochelact en werkte daarmee bij circussen in België en Oostenrijk. Ooit maakte hij een kort uitstapje naar een theaterprogramma van oud-televisiepresentator Ted de Braak. Maar hij keerde snel bij het circus terug toen hij in 1991 door Herman Renz gevraagd om bij hem te komen werken.
Nu staat hij nog iedere avond in de piste om het publiek te verwelkomen. “Je blijft in wezen een artiest. ik vind het nog altijd heerlijk om de aangever te zijn van de clowns en de spanning voor het publiek een beetje op te voeren. Dat is een passie. Maar goed, je moet natuurlijk ook een ondernemer kunnen zijn. Want iedereen kan vandaag nog een tent en een paar beesten kopen, maar daarmee heb je de boel natuurlijk nog niet georganiseerd”.
Entertainen is ondernemen?
“Ja, en andersom. Ik vind ook dat een goede verkoper een artiest moet zijn. Het gaat om het verkooppraatje, de uitstraling. Zonder mooie etalage komt er niemand. Kijk maar naar die standwerkers op de Albert Cuyp. Een verkoper is een entertainer, maar zonder dat iemand in de maling wordt genomen. Je moet niet iemand een pak verkopen dat niet staat. Dan komen ze niet meer terug.
Daarom is automatisering eigenlijk de pest voor ons bedrijf. Het persoonlijke contact is zo belangrijk. Met internet kun je alles bestellen, maar de verkoopster achter de toonbank geeft de doorslag. Mag het een onsje meer zijn? Alles goed met u, mevrouw Jansen? Die warmte, die uitstraling is zo ontzettend belangrijk.”
De warme band met het publiek staat voorop. Maar het is tegenwoordig geen sinecure om dat publiek aan je te binden. Mooie kostuums, een grote tent en spannende acts alléén zijn niet meer voldoende. Er is veel op de buis en mensen kunnen uit steeds meer dingen kiezen. Vandaar dat Circus Renz aan de posters op de lantaarnpalen andere marketinginstrumenten heeft toegevoegd.
Een internetsite bijvoorbeeld, waarop mensen hun kaartjes kunnen bestellen. En er is voor gekozen om ieder jaar met het circus op vaste plekken terug te keren. Op die manier zijn het kerstcircus in Haarlem, het zomercircus bij de RAI in Amsterdam en de herfstcircus op het Haagse Malieveld inmiddels vaste begrippen geworden. Maar Renz timmert tegenwoordig ook aan de weg met spaaracties voor gratis kaartjes en doet dat in samenwerking met bedrijven, zoals Douwe Egberts, Maaslander en Princess. Ronday: “Altijd met zegeltjes. Nederlanders blijven dol op zegeltjes.”
De resultaten zijn ernaar. Afgezien van een dip tijdens de hittegolf van 2003 is de belangstelling van het publiek groot. Ook bedrijven komen steeds vaker naar het circus, voor jubileumfeesten, bedrijfsuitjes of workshops, waar de directieleden desnoods zelf een act kunnen instuderen.
Circus Renz is een modern bedrijf, maar wordt nog niet altijd even serieus genomen. Dat merkt Ronday vooral in zijn contacten met ambtenaren. Ronday spreekt er ieder jaar tallozen wanneer de papieren voor de buitenlandse artiesten geregeld moeten worden. Vroeger was dat een regelrechte crime wanneer hij met zakken vol kwartjes bij de plaatselijke telefooncel neerstreek om de zaken te regelen. Maar ook na de komst van de mobiele telefonie en het internet blijft het razend omslachtig.
Hij zegt:“Eigenlijk is het gewoon niet te doen. Je bent er echt maanden mee bezig. Voor iedere artiest moet je eerst een Machtiging Voorlopig Verblijf hebben van de IND, dan een tewerkstellingsvergunning van het CWI, je moet bij de gemeente vervolgens voor 480 euro per persoon een sofi-nummer aanvragen, er moet een visum komen via de ambassade en ze moeten bij de belasting en het ziekenfonds langs om dingen te regelen. Ga dat maar eens voor iedereen tegelijk regelen!
We huren soms een busje en gaan dan met dertig man al die instanties af. Vaak staan we dan met z’n allen op zo’n kantoor en zie je ze denken: het is maar een circus. Maar ze vergeten dan wel dat wij gewoon een bedrijf hebben, dat wij de dingen goed willen regelen en dat ook wij ’s nachts rustig willen slapen.”
Ook op andere fronten is het voor het circus vaak lastig opereren. Ronday: “Bureaucratie is eigenlijk onze grootste vijand. Soms zijn de regels voor een circus te ingewikkeld om toe te passen. Niet dat we ons niet aan regeltjes willen houden, maar soms zijn ze gewoon te ingewikkeld.”
Voorbeelden?
“Je kunt een artiest op een draad van zes meter hoog niet zomaar aan een touw binden omdat de arbowet dat voorschrijft. En je kunt iemand die tegenover een messenwerper staat ook niet plotseling in een harnas gaan stoppen. Dat neemt gewoon alle spanning weg. Wettelijk is er voor het circus op dat punt niets geregeld.
Laatst kwam hier de arbeidsinspectie op bezoek omdat iemand uit het publiek een klacht had ingediend. Die mevrouw had gezien dat een artiest op een koord zonder een vangnet er tijdens de voorstelling bijna was afgevallen. Ze vond het te gevaarlijk! Wij hebben de inspectie uitgelegd dat die man net doet alsof en dat het bij de voorstelling hoort. Natuurlijk moet je geen dingen uithalen waarbij de veiligheid van het publiek in gevaar komt. Maar je kunt mensen zich niet met de artisticiteit laten bemoeien want dan maak je het nummer kapot. Voetballers schoppen elkaar toch ook gewoon tegen de schenen? Gelukkig heeft de meneer van de inspectie dat wel begrepen.”
Een andere regel schrijft voor dat nieuwe werknemers eerst in Nederland of binnen de EU gezocht moeten worden. Het is een voorschrift waar Circus Renz volgens Ronday weinig mee kan. De directeur: “Soms zetten we een advertentie voor een dierenverzorger. Daar komen dan een stuk of dertig meisjes op af die wel paarden willen poetsen. Niemand lijkt eraan te denken dat je bij een circus echt keihard moet werken, dat het een manier van leven is. Ook voor de artiesten ben je verplicht eerst in Nederland rond te kijken. Maar er zijn in Europa überhaupt weinig circusscholen. Het is niet anders.”
Ook op personeelsgebied leidt Ronday het circus als een gewoon bedrijf. “Mensen denken wel eens dat zoiets lastig is met al die artiesten. Maar er staat gewoon keurig in het contract dat zij zich moeten aanpassen aan de wensen van de werkgever. Als jij met een groen pak komt en dat pak staat me niet aan, dan komt er gewoon een ander pak.” En dan lachend: “En als je hebt beloofd te jongleren met zeven ballen en het zijn er maar zes, dan gaat er gewoon een tientje af.”
Circus Renz doet al jaren een beroep op een vaste club adviseurs, juristen en boekhouders. En van tijd tot tijd worden collega’s uitgenodigd om het programma te beoordelen. “Zodat je niet bedrijfsblind wordt. Ik kan dat iedereen aanraden”, zegt de directeur. Voor het overige predikt hij vooral nuchterheid. “Iedereen kan er zo mooi romantisch over doen, één grote familie en zo. Maar uiteindelijk heeft elke caravan op dit terrein wel z’n kruisje. En vandaag schijnt de zon, maar morgen gaat het regenen en staan we met z’n allen weer in de blubber.”

ANDREW GROENEVELD

Circus Renz.