|
Zakelijk succes begint met eerlijk boekhouden, vindt Jan Smit. Wie over de rug van een ander geld probeert te verdienen en z’n rekeningen niet betaalt, krijgt met hem aan de stok. De gerechtsdeurwaarder houdt van fair ondernemen. Zo doet hij dat met zijn eigen incassobureau in Ommen. En zo doet hij dat bij Heracles Almelo, de voetbalclub die er onder zijn leiding een voorbeeldige boekhouding op na houdt.
Pal tegenover het Polman Stadion – de thuisbasis van de eerstedivisionist – staat het verlaten kantoorgebouw van Energy XS er troosteloos bij. Energy XS geniet sinds afgelopen zomer de twijfelachtige eer het eerste energiebedrijf van Nederland te zijn dat failliet is gegaan. Het bedrijf liet door dat plotselinge faillissement vele duizenden gedupeerde klanten achter, waaronder de uitbater van het stadionrestaurant, die nog een rekening van 40 euro heeft te vereffenen. Voor de broodjes, die ze hier dagelijks kwamen eten. Jan Smit, voorzitter van de Almelose voetbaltrots en gevierd ondernemer te Ommen, kan zich de frustraties van de uitbater goed voorstellen. “Ik kan mij over dat soort zaken nog steeds heel erg boos maken. Als je failliet dreigt te gaan, moet je eerst met de bakker en de slager afrekenen. Die mensen niet betalen, dat moet je nou net niet doen! Want dat zijn de mensen die moreel gesproken voorrang hebben. Zij hebben je altijd geholpen, daar moet je mee verder.” Smit heeft altijd een broertje dood aan ondernemers die het niet zo nauw nemen met financiële risico’s. Onbezonnen zakelijke avonturen, hij kan er met z’n verstand niet bij. Gesticulerend: “En dan roepen ze rustig dat je eerst een keer of drie failliet moet gaan om een goede ondernemer te worden! Ik ben feitelijk tegen een doorstart. Die mensen hebben eerst de markt grondig lopen verzieken met lage prijzen. Daarmee hebben ze andere ondernemers het leven zuur gemaakt. En als premie zijn ze lekker van hun schulden af en kunnen daar bovenop ook nog eens driekwart van het personeel lozen.” Jan Smit, zelfstandig gerechtsdeurwaarder, is realist, geen avonturier. Sinds vijf jaar brengt hij zijn opvattingen over gezond en eerlijk zakendoen in de praktijk bij Heracles Almelo. Onder zijn strenge bewind werd de honderdjarige club een welvarende onderneming. Anders dan veel andere clubs in het betaalde voetbal is de boekhouding bij Heracles Almelo waterdicht en inzichtelijk. De club is schuldenvrij, trekt het indrukwekkende aantal van ruim 5000 supporters per wedstrijd en heeft bovendien een zeer succesvolle businessclub. Daarnaast werd enkele jaren geleden een gloednieuw stadion uit de grond gestampt en kwam er een kunstgrasveld, een primeur voor Nederland. Het mirakel van Almelo dwingt alom respect af in een wereld, waarin reddingsoperaties en schimmige begrotingen eerder regel dan uitzondering lijken te zijn. Het succes van Heracles kan voor een belangrijk deel op het conto van de voorzitter worden geschreven. Sinds zijn komst predikt Smit in alle geledingen van het voetbalbedrijf straight zakendoen, dus zonder mistige bijbedoelingen, overdreven doelen en verborgen agenda’s. En dus ook zonder onnodige risico’s. Waar collega’s soms hun geld zetten op te dure spelers – van wie maar moet worden gehoopt dat zij hun been niet breken en de club meeslepen in de financiële afgrond – daar laat Smit zich het hoofd niet op hol brengen door een verblindende clubliefde of voetballers met exorbitante salariseisen. Het moet in de eerste plaats betaalbaar zijn, stelt hij nuchter vast. En zo niet, dan maar niet. Smit kreeg deze wijze van zakendoen met de spreekwoordelijke paplepel ingegoten. Zijn ouders hadden een winkel in huishoudelijke artikelen. Er werd in de jaren na de oorlog het nodige op krediet gekocht. Op zijn twaalfde reed Jan met de fiets door de stad om voor zijn ouders openstaande rekeningen te incasseren en werd daarvoor nu en dan met een dubbeltje beloond. Het werk beviel hem kennelijk erg goed, want op zijn 22e was Jan Smit de jongste gerechtsdeurwaarder van ons land. “Ik heb mijn hele leven niks anders gedaan dan achter het geld van anderen aanlopen.” En met het nodige succes. Zijn gerechtsdeurwaarderkantoor Smit-Ommen groeide in de jaren tachtig en negentig uit tot het grootste van Nederland, met ruim zestig medewerkers. Enkele jaren geleden werd het overgenomen door de Nederlandse Credietverzekeringsmaatschappij NCM en volgde een splitsing. Smit bestiert nu, samen met één van de medewerkers van het eerste uur, het uit de splitsing voortgekomen kantoor Vechtdal Gerechtsdeurwaarders in Ommen, waar men zich bezig houdt met incasso op particulieren en ambtelijk deurwaarderswerk. De naam Jan Smit maakt niet alleen in de voetballerij, maar ook de Overijsselse zakenwereld een stevige indruk. Zeker bij de wanbetalers. Een zakenrelatie die tegenover hem klaagt over een niet betalende opdrachtgever, laat daags na het gesprek tegenover diezelfde opdrachtgever en passant de naam van Smit vallen. En prompt wordt er betaald. Zelfs als Jan Smit niets doet, snelt zijn reputatie hem vooruit en wordt er naar hem geluisterd. Hij zegt: “Gerechtsdeurwaarder zijn vind ik een prachtig vak. De kick is om ervoor te zorgen dat mensen krijgen waar ze recht op hebben. Mijn kantoor deed 25.000 vorderingen per jaar, ik heb honderdduizenden incassozaken voorbij zien komen, maar dat gevoel is altijd gebleven. Het gaat om pure rechtvaardigheid. Voor zo’n bakker, die iedere ochtend om vijf uur op moet staan om z’n geld te verdienen. Of het nou om een bakker of om een bank gaat: wantbetaling is in feite oplichting.” Gerechtsdeurwaarders zijn niet bepaald geliefd bij mensen die het met het aflossen van schulden niet zo nauw nemen. Toch hadden de deurwaarders het in het verleden makkelijker dan tegenwoordig. Smit: “Vroeger maakte het al behoorlijk veel indruk wanneer ik met mijn auto de straat inreed. Mensen schaamden zich dood. Tegenwoordig lijken de mensen er zich steeds minder van aan te trekken. De betalingsmoraal daalt met de dag. Wanneer die begon te glijden? Begin jaren negentig. Iedereen kocht op krediet. Het kon allemaal niet op, totdat het misging. Toen was er geen redden meer aan.” “Ja, dat van die betalingsmoraal geldt beslist ook voor de zakenwereld. Vooral onder startende ondernemers heb je veel gokkers. Men probeert iets ten koste van de crediteuren. Na twee jaar staat nog maar de helft van die ondernemingen overeind. Ze slepen anderen mee, het is een sneeuwbaleffect. Dat is geen ondernemen, dat is gokken. Ondernemen is kennis en gevoel hebben van de markt, er invloed op kunnen uitoefenen. Je moet niet afhankelijk zijn van derden. Mijn bedrijf had twee keer zo groot kunnen zijn als ik meer risico’s had genomen. Maar ik heb nooit iets gekocht met andermans geld. Je moet rustig aan doen, de boel rustig opbouwen. Dan pas kun je gaan investeren.” “Ik erger me ook wild aan al die zogenaamde slachtoffers van leaseconstructies met aandelen. Volkomen onbegrijpelijk. Ze zouden niet goed zijn voorgelicht. Wat een onzin. Ze hebben gewoon gegokt voor het grote geld. Als het andersom was gegaan met de beurs, als ze dik hadden verdiend, dan had je daarover niemand gehoord.” Jan Smit houdt dus ook niet van onduidelijke boekhoudkundige trucs om de sportieve ambities van zijn club Heracles Almelo waar te maken. De club doet het stapje voor stapje vanuit een ijzeren zakelijke discipline. Dat zouden de anderen ook eens moeten doen, lijkt hij te denken. Over de problemen bij andere clubs zei hij ooit: “Ik ben voor keiharde sanering. Rottend hout moet je wegsnoeien.” Smit nu: “Kijk, als er problemen zijn is het altijd eigen schuld dikke bult. Veel voorzitters leggen de schuld bij hun voorgangers. En inderdaad, er is ook erg veel verloop in de besturen en dat is niet goed. Maar met een eerlijke en open manier van zakendoen hoeft er niets aan de hand te zijn. Ik zie wel eens clubs, daar is het zo van: hups, weer een speler erbij. Daar beginnen wij dus niet aan. Maar aan de andere kant, we moeten ook niet gaan overdrijven. Veel collega’s zijn bekwaam. En over de clubs waar het erg goed gaat hoor en lees je vrijwel niks.” De nieuwe stadionspeaker komt binnenlopen. De man botst bijna letterlijk op de rijzige voorzitter en stelt zich voor. “En? Wat vond u ervan?”, vraagt de speaker, duidelijk trots op zijn nieuwe rol tijdens de thuiswedstrijden. Jan Smit draait er niet omheen. “Niet goed, het moet beter. Ga eens kijken bij Schalke. Daar doen ze het fantastisch”. De toon is vriendelijk, maar toch. Smit: “Ja, ik hou van duidelijkheid. Twintig jaar geleden was het misschien anders gegaan, was hij er misschien uitgegaan. Maar tien jaar geleden had ik deze club ook niet kunnen leiden. Ik was te impulsief, te snel. Ik kan nu beslissingen een dag uitstellen. Vroeger legde ik de lat voor mijn medewerkers ook heel erg hoog. Ik zocht alleen mensen die in de top konden meedraaien. Maar dat heeft ervoor gezorgd dat ik goede krachten ben kwijtgeraakt, die het nu bij de concurrent prima doen. Ze haakten af omdat ik te weinig geduld had. De mensen moesten een kopie zijn van Jan Smit, vond ik. Dat kan niet altijd. Ook al moeten ze de boodschap van de directeur-eigenaar uitdragen, je moet de mensen wel de ruimte geven. Het bedrijf valt of staat met je medewerkers.” Medewerkers iedere dag motiveren is één van de belangrijkste lessen die Smit heeft gehad. Verder onderstreept hij het belang van eerlijkheid (“Als je niets verzwijgt hoef je ook niets te onthouden.”), duidelijkheid (“Anders raken mensen in de war. Mensen zijn kuddedieren. Er moet een leider zijn”) en natuurlijk inzet. Smit: “Keihard werken. Of het nou gaat om een bedrijf of een voetbalclub: je moet er constant bovenop zitten.” En de klant natuurlijk, die is het belangrijkste. “De klant heeft altijd gelijk. Ga er nooit mee in discussie. Maak het hem naar de zin. Altijd!” Jan Smit was jarenlang lid van de partijraad van de VVD. Bovendien is hij erelid van de Koninklijke Vereniging van Gerechtsdeurwaarders omdat hij ervoor heeft gezorgd dat zijn vakbroeders zijn verlost van het stoffige ambtelijke imago, waaronder ze decennia lang gebukt gingen. Kantoren van gerechtsdeurwaarders zijn nu alom gerespecteerde ondernemingen, met volwaardige commerciële afdelingen en goedopgeleide juristen die het bedrijfsleven terzijde staan. Gerechtsdeurwaarders zijn moderne ondernemers geworden. Ze staan met beide benen op de grond en houden nauwgezet de economie in hun regio in de gaten. Ook Jan Smit heeft z’n opvattingen over de economische en politieke ontwikkelingen in Nederland en steekt die niet onder stoelen of banken. “Mijn zoon Mark is vorig jaar een kunsthandel begonnen in Ommen. Met schilderijen uit de 19e en 20e eeuw in de hogere prijsklassen, een moeilijk segment. Ondanks de recessie loopt dat erg goed. Ondanks alle negatieve verhalen is er gewoon erg veel geld in Nederland. Alleen is men nu een beetje bang om het te investeren. Eigenlijk is er met ons land weinig aan de hand. Goed, het onroerend goed is nog steeds overgewaardeerd, we hebben jarenlang op te grote voet geleefd. Maar ondernemers hebben nog altijd zeer goede kansen om winst te maken en te groeien.” “De desinteresse voor de Haagse politiek zie ik niet meer voorbij gaan. Logisch, want Nederland wordt in feite geregeerd door de ambtenaren. Met al die regeltjes, waarover ik me echt kan opwinden. Ondernemen is daardoor soms niet meer leuk. Maar of je nou Balkenende en Zalm hebt of Bos en Marijnissen. De ene coalitie haalt de bijtelling van de auto eraf en de andere doet ‘m erbij. Dat maakt allemaal niet zoveel uit. We zullen uiteindelijk wel naar een tweepartijenstelsel gaan.” Hoe de zaak zich in Den Haag ook ontwikkelt, Jan Smit zal nog lang in het vak actief blijven. Hij is lid van de landelijke tuchtkamer gerechtsdeurwaarders bij de rechtbank in Amsterdam en voorzitter van de Stichting Kredietbeheer Betonindustrie in Woerden. Hij zegt: “Twee keer in de week met je vrouw naar Albert Heijn om te discussiëren over één of twee pakjes roomboter, dat lijkt me het ergste wat er is. Ik hou krampachtig vast aan mijn werk, ik wil iets blijven betekenen in de maatschappij. Ik ben ontzettend bang om Mister Nobody te worden. Ik ga pas met de camper naar Frankrijk als ik tachtig ben. Hoe lang ik bij Heracles blijf weet ik niet. Vergis je niet in de druk van sponsors, supporters en de media. Ik ben al vijftien jaar voorzitter van golfvereniging Hooge Graven in Ommen. De aandacht die je daar in vijftien jaar krijgt, krijg je hier in een maand. Wat zeg ik? In twee weken!”
|
 |
|
|