REPORTAGES
  NIEUWSBRIEVEN     VIDEO/TV-PRODUCTIES     BROCHURES     BOEKEN     REDACTIE  
HR Strategie
ManagementTeam
Intermediair
Bellen.com
Marktplaats.nl
Familiecongiërge
Weekendjeweg.nl
Durfkapitalisten
Leerwerkbanen
Waanzin
Speurneus
Cowboys aan de macht
Mannentrucs!
Vloeibaar
Noodzaak
Vermorzeld
De man achter Princess
Operatie met beton
Een akkoord bij Corus
Lol loont!
De geur van zaagsel
Achter de komma
Wereld zonder files
Over eerlijk zijn
Knipsels
Algemeen:
Startpagina
Over Hoi Media
Contact
Opdrachtgevers
Netwerk & links
Sitemap

Vermorzeld

Bron: Straatjournaal Haarlem

Hij zit al 53 jaar vol plannen. Maar bij Straatjournaalverkoper Ruud Graansma komt er van die plannen steeds weinig terecht. Inmiddels heeft hij zijn verwachtingen een beetje bijgesteld en neemt hij het leven met één stap tegelijk. “Ik ben nu al blij als de mensen op straat aardig tegen me zijn.”

Zijn levensverhaal is een sombere aaneenrijging van tegenslagen en obstakels. En af en toe zocht hij zelf een te makkelijke weg, verloor hij zich in een drank- en gokverslaving en kwam op straat terecht. En toen de boel na een tijdje weer op de rails leek te staan, bezweek Ruud voor de verleidingen van criminelen. Toen de politie hem oppakte had hij 38 gestolen auto’s op zijn naam staan.
Na ruim zeven maanden in de gevangenis lijkt het leven weer een beetje vorm te krijgen. Hij heeft meestal een dak boven zijn hoofd en is iedere dag te vinden bij de Albert Heijn aan de Grote Houtstraat, waar hij Straatjournaals verkoopt.
Ruud past daar op de fietsen, helpt als dat nodig is met de boodschappen, en krijgt van zijn klanten soms een krentenbol, af en toe een pakje sigaretten of een eierkoek. Laatst was er een meisje van zes, dat treuzelend op hem afstapte met een poppetje op skilatten, speciaal voor hem. “Dat verwacht je niet”, zegt Ruud. En dan aarzelend: “Ik weet alleen niet waar ik ‘m moet laten.”
Eigenlijk was het 53 jaar geleden, thuis in Haarlem-Noord, al helemaal mis. Ruud was nog geen jaar oud toen zijn moeder zijn vader op straat zette omdat hij steeds zijn weekloon opdronk. Met zijn jongere broer en zus – een tweeling – kon hij het niet vinden. Zijn broer was vrijwel blind en jaloers op wat Ruud allemaal kon. En zijn zuster koos tijdens ruzies steeds de kant van haar tweelingbroer.
Contact met zijn familie heeft hij nauwelijks meer. Waar zijn zus woont, weet hij niet. Zijn broer gooit steeds de deur voor zijn neus dicht. En zijn moeder heeft hij sinds 1980 niet meer gezien. “Ze zit in een zorghuis, maar mijn broer wil niet vertellen waar. Ik zou haar echt heel graag willen zien, maar weet niet hoe. Misschien via Henny Huisman. Om een bloemetje te sturen.”
Ruud volgde ooit een opleiding als tegelzetter, werkte jarenlang voor een aannemer, kluste bij in de avonduren en in de weekenden, maar kreeg de belastingdienst op zijn dak. Hij raakte diep in de schulden, stopte veel geld in gokkasten, dronk teveel, maakte ruzie en zag mede daardoor tot drie keer toe een huwelijk op de klippen lopen.
Hij weet het, hij is geen makkelijke man. “Achteraf is het allemaal jammer. Maar als ik werk en mijn vrouw heeft vrij, dan moet ze thuis de boel opruimen. Als ze dat niet doet, dan krijg ik daar op een gegeven moment genoeg van. Dan ga ik met dingen smijten en breng ik haar weer terug naar haar moeder.”
Zijn laatste huwelijk in 1998 met een vrouw uit Beverwijk duurde welgeteld één dag. Na de huwelijksnacht trof hij haar de volgende ochtend aan in de armen van een ander. Weer raakte hij zijn vrouw en zijn huis kwijt. Grinnikend: “Dat was mijn record. Echt waar! Voortaan kijk ik eerst maar een tijdje de kat uit de boom.”
De laatste jaren zwierf Ruud door Haarlem, sliep nu weer hier, dan weer daar. Sinds hij drie jaar geleden Straatjournaals ging verkopen, zit er weer enig ritme in zijn leven. En toch ging het onlangs weer even mis. Ruud: “Ze boden me twintig euro als ik een auto op mijn naam liet zetten. Stom natuurlijk. Ik heb geen rechter of advocaat gezien, werd zo via de Koudenhorn naar Venhuizen gebracht. Zeven maanden in een cel, het is luidruchtig en je kunt er niet nadenken. Je wordt heel sloom van het nietsdoen.”
Als hij het opnieuw mocht proberen, dan zou hij het heel anders aanpakken, zegt hij. “Ik zou in elk geval veel zuiniger zijn. Dat drinken was ook een grote fout van me. En goeie vrouwen kiezen vond ik ook moeilijk.”
Voorlopig is hij tevreden met zijn werk op straat, de mensen waarderen wat hij doet. Weer tegelzetten ziet hij niet gebeuren. “Ik ben inmiddels te oud en te duur”. Ruud hoopt gauw op een eigen kamer en het aflossen van zijn schulden. Om zo voorzichtig opnieuw te kunnen beginnen.
En misschien, heel misschien kan hij ooit zijn moeder weer opzoeken. Ruud: “Maar ik denk niet dat dat erin zit. Ik ben al overal geweest, maar ze willen niet zeggen waar ze is. Dat is geheim, zeggen ze. Mijn familie gooit steeds de deur dicht. Mijn ooms hebben gezegd dat ze me omleggen als ik aandring. En dat zijn geen kleine jongens.”