|
Op de kade stokt de adem als de kolos het luchtruim kiest. Veertig ton gewapend beton bungelt een ogenblik in het niets. De drijvende bok die de klus moet klaren, kraakt en piept, maar de vaklieden op de stellingen lijken niet onder de indruk. Krap een kwartier later ligt het beton op z’n plek. Een cruciaal onderdeel van het Mövenpick City Harbour Hotel nadert zijn voltooiing.
Het is donderdagmorgen 24 maart. Even voor zevenen nemen Kor Crausing, Piet Bitter en André Boot het scenario nog even door. Een drijvende bok van het Rotterdamse BTS, afgemeerd langs de Oostelijke Handelskade, zal vanaf het water acht constructiedelen op hun plek hijsen. Precisiewerk en niet zonder risico’s. “Je kunt tekenen wat je wilt. In de praktijk zie je pas of het klopt”. De werkzaamheden van vandaag vormen het spectaculaire sluitstuk van wat projectleider Dirk Bouman ‘het spannende gedeelte van dit project’ noemt. De acht delen completeren de vierde verdiepingslaag van het hotel. Vanaf hier gaat het in rap tempo vijftien, geprefabriceerde verdiepingen omhoog. Een betrekkelijk eenvoudige operatie, vergeleken met de eerste vier bouwlagen, die heel wat denkwerk vergden. Bouman: “Het was ouderwets passen en meten”. De bouw door Slavenburg van het prestigieuze hotel aan de Amsterdamse IJ-oevers ligt, bijna een jaar na de start, keurig op schema. In de zomer van 2006 krijgt het Zwitserse Mövenpick hier de beschikking over een kolossaal, maar vederlicht en modern vormgegeven hotel met 410 kamers, conferentiefaciliteiten, een restaurant en een wellness-ruimte met ondermeer een zwembad, een sauna en een fitnessruimte. Dirk Bouman en zijn mannen moeten op de locatie heel wat hindernissen overwinnen. Zo moet het werk onder een bijzondere tijdsdruk worden gedaan. De drijvende bok moet zijn werk hebben gedaan voordat het seizoen bij de buren - de Passenger Terminal Amsterdam - is aangebroken en de cruiseschepen in ’t IJ hun ruimte opeisen. Bovendien vormt de loopsluis van de Passenger Terminal over de volle lengte van de kade letterlijk en figuurlijk een sta-in-de-weg. Het hotel moet er als het ware ‘overheen’ worden gebouwd. Op de tekentafel leidde dit tot een ontwerp, waarbij het gebouw over een lengte van tien meter, gerekend vanaf de voet, in het luchtledige zweeft. De vierde verdieping moet de hele massa van het geprefabriceerde beddenhuis dragen en is daarom op een bijzondere wijze geconstrueerd. Bouman: “Het is allemaal zeer knap bedacht. De betonnen liggers en de diagonalen in deze laag vormen samen als het ware één grote balk, die het gewicht zal dragen. Bijvoorbeeld oude spoorbruggen hadden deze vorm ook. Straks wordt de hele constructie met twee kilometer draad op spanning gebracht. Het idee zit heel goed in elkaar..” Alle stukjes van de puzzel moeten vandaag tot op de millimeter in elkaar vallen. Het meeste denkwerk werd uiteraard al eerder aan de tekentafel verricht. Maar dat betekent niet dat de mannen van Slavenburg slechts hoeven uit te voeren. Bouman: “Echt, zolang we hier zijn, zijn we eigenlijk met deze verdieping bezig. De planning, de steigers, alles. Dit is het echte werk, het is heel gecompliceerd. Je hebt in deze constructie bijvoorbeeld stalen hulpstukken nodig. Welke dat zijn, ontdek je gaandeweg. Als je aan zo’n klus begint, dan is zo’n hulpstuk nog niet zo heel belangrijk. Maar vier weken voordat je gaat hijsen, moet ie er wel tot op de millimeter nauwkeurig inzitten.” Het is zeven uur. Het hijsen gaat beginnen. Drie machinisten aan boord van de bok houden het vaartuig geroutineerd op zijn plek en haken in op de betonnen drager, die op de kade ligt. Er is voortdurend contact met de havenautoriteiten om te voorkomen dat passerende schepen hinderlijke golfslag veroorzaken. Veel speling hebben de mannen overigens niet. De bok ligt centimeters van de kadewand en de kraan staat op maximaal bereik. De projectleider: “Het is natuurlijk vooraf getest. Zo kwamen we erachter dat deze dok het niet redt als we het beton een meter verderop hadden moeten leggen”. Voor even lijkt de tijd te bevriezen als de eerste vracht majestueus het luchtruim kiest. Vanaf de bouw is het effect van het gewicht op de kraan duidelijk hoorbaar. Onheilspellend gekreun echoot door de stalen constructie “Krakende wagens lopen het langst”, stelt Dirk Bouman de bezoekers gerust. Even daarna tilt de kraan ogenschijnlijk moeiteloos zijn zware last over de kade naar de vierde verdieping, twintig meter boven het maaiveld. Daar staan medewerkers van Slavenburg al klaar om het gevaarte de laatste decimeters naar zijn plek te begeleiden. De onderzijde van de drager heeft een regelmatig gatenpatroon. Daarin steekt over enkele ogenblikken, als de berekeningen juist zijn, in één keer 72 draden betonstaal. Vaklieden zekeren zich aan het gebouw en helpen het beton met een enkele rake slag van een hamer op z’n plek. Daarna wordt met de ouderwetse duimstok nog even een laatste check gedaan. De mannen kijken niet tevreden. Nog even tilt de kraan het beton een centimeter los van de vloer en zet het weer neer. De duimstok erbij, nu is het goed. Het hijsen vanaf de waterkant neemt in totaal drie weken in beslag. Bouman vertelt lachend: “Hierna is de spanning er eigenlijk af. We zullen best een beetje in een dip komen als we straks aan het gewone werk gaan beginnen. Tot nu toe moest het fabriekswerk precies passen op wat wij hier met z’n allen gemaakt hebben. Vanaf nu wordt het prefab op prefab. Dat is natuurlijk een heel ander verhaal”.
|
 |
|
|