|
De vloeibare architectuur van Kas Oosterhuis Puzzelen met unieke stukjes
Kas Oosterhuis neemt het ontwerpen van unieke gebouwen heel letterlijk. Geen onderdeel is namelijk hetzelfde. Alleen op die manier kan zijn vloeibare architectuur vorm krijgen. Een logistieke nachtmerrie voor een bouwer? Juist niet, vindt Oosterhuis. “In de basis is het heel simpel.”
In de internationale architectuurwereld heeft hij een behoorlijke naam. Kas Oosterhuis van ONL maakt verrassende gebouwen met een niet gedefinieerde vorm. Op de tekentafel en achter de computer maken hij en zijn team ontwerpen, die nauwelijks in een traditioneel bouwbestek te gieten zijn. Met de vloeiende lijnen en de eigenzinnige toepassing van materialen trekken zijn gebouwen veel bekijks. Zo leidt het nieuwe onderkomen van Hessing - importeur van zeer luxe auto’s – vrijwel dagelijks tot files op de A2 bij Maarsen. Oosterhuis integreerde daar de nieuwbouw in een geluidwal. De snelheid van het verkeer, dat met 120 kilometer per uur voorbij raast en gedurende circa 40 seconden zicht heeft op de constructie, vormde de basis van het ontwerp. Bijzonder? “Ja. En tijdens die 40 seconden gebeurt er ook echt iets, is daar plotseling die uitstulping. Dat was het idee. En we hebben er consequent aan vastgehouden”, zegt hij resoluut. Het sigaarvormige verkooppunt van Hessing, waarin zelfs de dikste Rolls Royce oogt als een bescheiden boodschappenwagen, is maar één van de talrijke opvallende ontwerpen uit zijn koker. Zo maakte hij gebouwen waarvan de kleur wordt bepaald door de stemming van omwonenden, die via internet kunnen aangeven of ze in een liefdevolle rode bui zijn of vandaag toch maar voor een koelere kleur gaan. Critici noemen de integratie van intuïtie en kunst in zijn ontwerpen lovend een ‘verfijning van comfort, luxe en communicatie en een demonstratie van moderniteit’. De ongebruikelijke vormgeving past bij de ambities van Slavenburg om de gebouwde ruimte op een uitzonderlijke manier te verfraaien. De vraag is alleen of Oosterhuis’ unieke puzzel van materialen ook om een uitzonderlijke inspanning van de bouwer vraagt. Anders gezegd, hoe moeilijk is het om te maken? De architect begrijpt het ontzag in de bouwwereld, maar die is nergens voor nodig, geeft hij aan. “Het zijn hele speciale ontwerpen, maar ze zijn gekoppeld aan een computergestuurde productie. Wij gaan niet uit van standaard concepten, maar van de mogelijkheden van een computergestuurde machine. Dat geldt voor alle materialen: staal, glas, hout, doek, noem maar op.” Oosterhuis maakt ontwerpen en vertaalt die vervolgens in scripts (zeg maar: de rekenkundige tabellen) die de machine aansturen. Hij zegt: “We werken veel met verbeelding en moeten dus vooraf exact weten wat de machine kan maken en hoe je dat in data vertaalt. Ik hou er niet van om dingen te bedenken die volstrekt onmogelijk zijn. Veel anderen doen dat wel. Die bedenken iets en maken vervolgens iets wat daar op lijkt. Wij kennen de machines, wij weten wat ze kunnen en waar de grenzen liggen. Onze basis lijkt niet op het ontwerp, maar is het ontwerp.” De machine doet dus het werk en produceert unieke onderdelen. Dat heeft, vergeleken met de traditionele bouw waarin bepaalde vormen steeds enigszins eentonig terugkeren, belangrijke voordelen. “In zo’n pakketje passen alle onderdelen qua vormgeving echt bij elkaar, zoals een bumper bij een auto. Het bouwen gaat bovendien heel snel en droog. Het is effectief, je hebt geen afval, je maakt alleen wat je nodig hebt. Met deze constructie bouw je ook je eigen steiger. Geen omwegen dus, geen steigers die je later weer moet weghalen en waar je niets meer van terugziet. Je gaat recht op je doel af.” Deze manier van bouwen stelt bepaalde eisen aan de betrokken partijen. In de eerste plaats moet de architect zelf zorgen dat hij over kennis van de machines beschikt. “Maar dat is niet ingewikkeld. Je gaat gewoon kijken in de fabriek. Anderen zitten vijf jaar op school en maken iets wat onuitvoerbaar is. Een beetje als een verwend kind zeggen ze: dit wil ik, maar ik weet alleen niet hoe je het moet maken.” Ook de bouwers en leveranciers moeten van de platgetreden paden durven afwijken. Ze moeten bereid zijn om in de vroegste ontwerpfase actief mee te denken en daarmee een zeker risico te lopen. In dergelijke gesprekken moeten alle kaarten over winstdoelstellingen en dergelijke meteen op tafel. Duidelijkheid scheppen, vertrouwen kweken, dat is het begin, en dan samen iets moois bedenken. Dat ‘losvast associëren’, zoals Oosterhuis die gezamenlijke studiefase noemt, is volgens hem essentieel. De ontwerper: “Onze werkmethode maakt het mogelijk om voor hetzelfde budget mooiere dingen te maken. Maar dat vraagt wel om een open visie, een open vizier bij alle partijen. De machine waarmee we het moeten doen, blijft namelijk altijd dezelfde. De vraag is alleen: hoe creatief kunnen we daarmee? Gaan we met die machine een Lada of een Rolls Royce maken?” Volgens Oosterhuis gaat dus het meer om de bereidheid om samen creatief en betrokken te zijn dan om de vraag hoe de logistieke puzzel moet worden opgelost, want de puzzel is in zijn ogen vele malen overzichtelijker dan in de standaard situaties. De architect heeft er wel oren naar om in de toekomst met Slavenburg dergelijke projecten te realiseren. Volgens hem is Slavenburg de aangewezen partij om op deze manier vernieuwende gebouwen te maken. Misschien een kwestie van tijd? Oosterhuis: “Wij zouden wel willen. Ik zie Slavenburg wel in de rol van organisator op zo’n project, die ervoor zorgt dat alle onderdelen op elkaar aansluiten. Als het bedrijf zich daarop zou richten, zou het een groter deel van deze markt kunnen claimen. Ik zou tegen Slavenburg zeggen: pak de uitdaging aan, anders doet iemand anders het.” |
 |

Foto: ONL
|
|