REPORTAGES
  NIEUWSBRIEVEN     VIDEO/TV-PRODUCTIES     BROCHURES     BOEKEN     REDACTIE  
HR Strategie
ManagementTeam
Intermediair
Bellen.com
Marktplaats.nl
Familiecongiërge
Weekendjeweg.nl
Durfkapitalisten
Leerwerkbanen
Waanzin
Speurneus
Cowboys aan de macht
Mannentrucs!
Vloeibaar
Noodzaak
Vermorzeld
De man achter Princess
Operatie met beton
Een akkoord bij Corus
Lol loont!
De geur van zaagsel
Achter de komma
Wereld zonder files
Over eerlijk zijn
Knipsels
Algemeen:
Startpagina
Over Hoi Media
Contact
Opdrachtgevers
Netwerk & links
Sitemap

Waanzin

BRON: HAAGS STRAATNIEUWS, zomer 2006

Striphelden gaan gebukt onder psychische problemen
Donald Duck op de divan

Kuifje is emotioneel geremd, Asterix lijdt aan grootheidswaan en Superman denkt dat ie Jezus is. Ook Donald Duck is niet helemaal fris onder de oksels. Aan iedere stripheld zit wel een steekje los. Psycholoog annex strippoloog Jaap van Ginneken maakte er een studie van.

Legers psychologen hebben zich al gebogen over de psyche van Kuifje. Waarom blijft hij zo kalm als het tegenzit, toont hij geen enkele emotie en laat hij de scheldpartijen over aan kapitein Haddock? Wat zegt dat over de kloeke reporter, maar ook: wat zegt dat over zijn schepper, de tekenaar Hergé?
Psycholoog Jaap van Ginneken is dol op dat soort vragen. In zijn boek ‘Striphelden op de divan’ en een gelijknamige tentoonstelling in Haarlem vat hij de identiteitsproblemen en karakterfouten samen, waarmee populaire striphelden worstelen.
Van Ginneken speurt naar verborgen obsessies en complexen, waarvoor heer Bommel en Guust Flater eigenlijk in therapie zouden moeten gaan. En hij probeert aan de hand van de tekeningen na te gaan of de striptekenaars misschien hun eigen obsessies in hun werk hebben laten doorschemeren.
Op uitnodiging van Haags Straatnieuws nam Van Ginneken enkele superhelden onder de loep. Onder welke psychische problemen gaan zij gebukt? En kunnen wij nog iets van onze helden leren?

Superman: Messias-complex
Superman denkt dat hij Jezus is. Hij werd ooit met een capsule (lees: een rieten mandje) afgeschoten vanaf Krypton, net voordat die planeet ontplofte. En vervolgens werd hij liefdevol geadopteerd door John en Mary (Jozef en Maria). Superman zit gevangen in een dubbele persoonlijkheid. Door zijn fans worden hem steeds meer stoere eigenschappen toegedicht, waardoor hij nooit meer op een geloofwaardige manier in moeilijkheden kan komen. Maar ondertussen is het ook een grote schlemiel, een tragische figuur die door al die spierballerij de liefde van zijn leven dreigt mis te lopen. Loïs ziet zijn alter ego Clark Kent nooit staan en zegt steeds: Superman, dat is pas een kerel! De stripheld symboliseert de fantasie die iedere middelbare scholier wel eens heeft gehad wanneer hij het meisje van zijn dromen met een puisterige klasgenoot zag kletsen. Van Ginneken heeft voor de vliegende hulpverlener één duidelijk advies: ruk je masker af en word gewoon Clark Kent!

Lucky Luke: hechtingsprobleem
Iedere keer wanneer het ergens net gezellig dreigt te worden, springt Lucky Luke op zijn knol en galoppeert richting de horizon. Luke blijft nooit ergens lang plakken. Volgens de psycholoog wijst dit erop dat The Poor Lonesome Cowboy een duidelijk hechtingsprobleem heeft. Een moeder die hem heeft verwaarloosd kan de oorzaak zijn.
Vrouwenfiguren spelen, een enkele keer daargelaten, geen dominante rol in de avonturen van deze stevig rokende Joris Goedbloed. Liever bemoeit hij zich met de gebroeders Dalton om zijn heldenstatus te onderstrepen. Hij is kennelijk ook nog niet toe aan een therapietje. Want wanneer de Daltons bijvoorbeeld naar de psychiater gaan om te worden genezen, dan laat de tekenaar het omgekeerde gebeuren: de psychiater gaat op boevenpad. Lucky Luke komt pas tot rust wanneer hij vrede sluit met zijn moeder. Dus als iemand in het laatste plaatje roept ‘Luke, nu thuiskomen!’, dan weten wij: de eenzame held gaat eindelijk met pensioen.

Asterix: Klassieke grootheidswaan
De vechtlustige Asterix is een typisch geval van een grootheidswaanzinnige. Hij is bovendien nog aan de dope ook. Zonder zijn toverdrank kan ie niet scoren. Al dat stoere gedoe is nodig om te verbergen dat Asterix eigenlijk een onzeker mannetje is met een reusachtig minderwaardigheidscomplex.
Voor zijn fans is Asterix de belichaming van de moderne Fransman: een sacherijnige kankerpit, maar met een hart van goud. Zijn karakter weerspiegelt de spagaat van het naoorlogse Frankrijk, dat z’n koloniën had verspeeld, maar ondertussen wel mooi de hand had weten te leggen op de atoombom (lees: de toverdrank).
De besnorde stripheld werd bedacht door twee allochtonen, die voortdurend werden gepest. Tekenaar Uderzo was uit Italië gevlucht voor Mussolini. Op school scholden ze hem de godganse dag uit voor spaghettivreter. Ooit liep hij als kleine jongen over straat met een nagebouwd Gallisch dorp toen dat door een paar klasgenoten uit zijn handen werd geslagen. Hij nam wraak met miljoenen albums, waarin het dorp weer tot leven kwam.

Heer Bommel: Vunzige pedofiel
De welbespraakte held in de verhalen van Marten Toonder wordt gepresenteerd als een deftige heer van stand. Maar ondertussen vermoedt Van Ginneken dat Olie B. Bommel in werkelijkheid een onbetrouwbare dandy is met vunzige bijbedoelingen, een lichte neiging tot pedofilie. Bommel beleeft zijn avonturen steeds in gezelschap van een raar poesje (Tom Poes), dat nooit een broekje aan heeft. Een beetje schunnig. Opmerkelijk is ook dat Bommel aan het einde van de reeks verliefd wordt op zijn buurvrouw, de kortgerokte Doddeltje. Hier wordt eigenlijk Tom Poes in een andere gedaante opgevoerd, dit keer met een jurkje. Er zit iets in van travestie, als je begrijpt wat wij bedoelen….

Kuifje: Identiteitsprobleem
De kleurloze Kuifje heeft een identiteitsprobleem. Hij heeft een opvallend oersimpel gezicht. Daarachter gaat een jongeman schuil die emotioneel geremd is. Hij gedraagt zich als een bezige padvinder, die druk in de weer is om mensen te redden, maar extreem druk lijkt hij zich niet te maken. Dat cool doen leidt af van de werkelijkheid: een groot familietrauma waaronder Kuifje gebukt gaat.
Na de dood van Hergé kwamen er steeds meer aanwijzingen dat de tekenaar met zijn oppervlakkige held iets over zichzelf heeft verteld en over de omstandigheden waarin hij opgroeide. Zijn familie werd gekweld door een schandaal, waarover niet mocht worden gesproken.
Het verhaal gaat dat zijn grootmoeder, een dienstmaagd op een kasteel, ooit is bezwangerd door koning Leopold in hoogsteigen persoon. Dat mocht nooit iemand weten. Operadiva Bianca Castafiore is de verpersoonlijking van de grootmoeder, die verlaten werd en haar toekomst in duigen zag vallen. Kapitein Haddock zit ook in de familie. Hij weent om zijn moeder, bedenkt het ene na het andere scheldwoord, is zwaar aan de drank, maar waarom hij steeds zo boos is en waar het in zijn leven is misgegaan wordt nooit duidelijk. Wel erft hij onder mistige omstandigheden een compleet kasteel.

Donald Duck: Overspannen driftkop
De sacherijnige eend Donald Duck is een eend van twaalf ambachten, dertien ongelukken, die zijn frustraties meteen omzet in agressie. Hij weet verdomd goed dat hij eigenlijk een enorme loser is. En dat hij bovendien nooit zal worden zoals zijn drie neefjes, die slimmer zijn dan hij en bovendien de eeuwige jeugd lijken te hebben.
Of het ooit nog goed komt met Donald is de vraag. Volgens Van Ginneken zou Donald zichzelf een plezier zou doen wanneer hij de doelen in zijn leven iets naar beneden zou bijstellen. Doe maar gewoon, da’s gek genoeg.
Donald probeert het in zijn avonturen opvallend vaak aan te leggen met Spaanse schonen. Dat komt vermoedelijk omdat Walt Disney in een Spaans dorpje werd geboren uit de schoot van een beeldschone wasvrouw, die haar zoon later in Chicago ter adoptie aanbood. Walt wist daar eigenlijk niets van, maar zodra hij er lucht van kreeg is hij fanatiek naar zijn oorsprong gaan zoeken.

Barbar: het zielige weeskind
Het schattige olifantje Barbar die koning van het bos wordt, is in feite een zielig weeskind. Daar is geen therapie tegen opgewassen. Je moet zelf iets van je leven maken, lijkt de moraal van het verhaal. Hoewel tekenaar Jean de Brunhoff de strip had bedoeld als lief leesmateriaal voor kinderen, liet hij aan het begin van het verhaal de moederolifant door een jager nogal hardhandig omleggen. Logisch dat Barbar daar een trauma van kreeg, want hij zat bovenop haar rug toen zij werd doorgeschoten.
Op dit bloederige detail na komt dus alles gelukkig weer goed met Barbar. Met De Brunhoff zelf liep het minder goed af. Hij begon zijn stripverhaal toen hij wist dat hij aan tuberculose zou sterven.

Guust Flater: De clown
Guust Flater hangt de hele dag de clown uit. Hij verzint rare dingen die handig zouden kunnen zijn op kantoor. Hij lijkt daarmee een adhd-variant van Guus Geluk. Bovendien is hij ernstig verslaafd aan hazenslaapjes, waarmee hij het drukke gedoe kan compenseren. Het is die aandoenlijke sulligheid die van Guust een populaire man maken. Maar de overspannen aandachttrekkerij is waarschijnlijk bedoeld om een groot verdriet te verbergen. Welke tragiek dat is, laat de tekenaar in het midden. Maar Guust vertoont de klassieke symptomen, zegt Van Ginneken. De lolbroek probeert duidelijk iets te verbergen.

Popey: Drugsgebruiker
Zeezeiler Popey is een drugsgebruiker, die een hoop blikken spinazie nodig heeft om zichzelf staande te houden. Het zit Popey in het leven niet mee. Er liggen veel gevaren op de loer en zijn relatie met Olijfje lijkt ook nooit echt van de grond te komen. Maar, vindtde psycholoog, Popey slaat zich er (letterlijk) dapper doorheen. Met zijn grote mond is hij erg streetwize. Popey is een duidelijke overlever. Het zou alleen goed zijn als hij eens wat minder zou roken.

Obelix: Body Dysmorphic Disorder
Voor een schedellichting bij Obelix zijn er niet veel aanknopingspunten. Het is niet helemaal duidelijk of de val in de ketel met toverdrank zijn leven heeft verstierd of niet. Wat die menhir steeds op zijn rug doet is evenmin duidelijk. Opvallend zijn wel de regelmatig terugkerende dialogen met Asterix over het onderwerp dik-zijn. Astrix roept om de haverklap ‘Hoe kom je erbij? Je bent helemaal niet te dik!’ waarop Obelix steevast huilend antwoordt: ‘Dat zeg je maar om mij een plezier te doen, boeoaaah!’ Dit duidt erop dat Obelix lijdt aan BDD oftewel Body Dysmorphic Disorder, een afwijking waarbij je een irreëel beeld hebt van jouw eigen lichaam. Vraatzucht is een manier om de onrust daarover te compenseren. Hij gaat zich dan ook dikwijls te buiten aan everzwijnen.

KADER
De expositie ‘Striphelden op de divan’ is nog tot en met december te zien in museum Het Dolhuys, Schotersingel 2 in Haarlem. Daar is ook het boek van Van Ginneken verkrijgbaar.


Klik op het plaatje voor de originele spread. (Haags Straatnieuws, juli 2006)