REPORTAGES
  NIEUWSBRIEVEN     VIDEO/TV-PRODUCTIES     BROCHURES     BOEKEN     REDACTIE  
HR Strategie
ManagementTeam
Intermediair
Bellen.com
Marktplaats.nl
Familiecongiërge
Weekendjeweg.nl
Durfkapitalisten
Leerwerkbanen
Waanzin
Speurneus
Cowboys aan de macht
Mannentrucs!
Vloeibaar
Noodzaak
Vermorzeld
De man achter Princess
Operatie met beton
Een akkoord bij Corus
Lol loont!
De geur van zaagsel
Achter de komma
Wereld zonder files
Over eerlijk zijn
Knipsels
Algemeen:
Startpagina
Over Hoi Media
Contact
Opdrachtgevers
Netwerk & links
Sitemap

Cowboys aan de macht

BRON: FNV BONDGENOTEN, april 2006



Het gebeurt steeds vaker: werkgevers die het op een akkoordje gooien met kleine bonden en zo FNV en CNV het nakijken geven. In veel sectoren is de verleiding groot om op deze manier een goedkope cao af te sluiten. De onderhandelaars van de grote bonden zien lijdzaam toe hoe het cao-stelsel wordt ondermijnd en werknemers in tal van sectoren de dupe worden.
De voorbeelden liggen inmiddels riant voor het oprapen. Werkgevers in de horeca, de uitzendbranche, de detailhandel voor mode- en sportartikelen, de kinderopvang, het beroepsgoederenvervoer, de kappersbranche, de pluimveesector en de taxiwereld kozen al voor een cao zonder FNV en CNV. Soms werden afspraken gemaakt met De Unie. Maar vaker nog gingen bedrijven in zee met cowboybonden, die vooral lijken te bestaan om een goedkope cao mogelijk te maken.
De gevolgen voor werknemers zijn meestal desastreus. Neem de pluimveesector. Daar sloot detacheerder VTM een cao met de LBV, een bond vrijwel zonder leden. Bestuurder Jos Hendriks over de gevolgen: “De LBV beloofde een loonsverhoging. Maar in de praktijk gingen de mensen er bijna zeven procent op achteruit en raakten ze in één klap de helft van hun roostervrije dagen kwijt”.
Ook Taxi Twente ging voor haar 150 werknemers in zee met de LBV. De verschillen met de vroegere cao zijn dramatisch, zegt sectorconsulent Pieter Beuzenberg. “Het loongebouw is slechter, het secundaire pakket werkelijk een drama. Mensen moeten hun eigen ziektekosten betalen. Bij ziekmelding gaan ze onmiddellijk wachtdagen inleveren.”
De cao’s die zonder medewerking van de grote bonden worden afgesloten, hebben één ding gemeen. Het loon oogt in eerste instantie niet per definitie veel slechter, maar op alle andere fronten gaan de werknemers er volgens de bestuurders meestal flink op achteruit en staan de arbeidsvoorwaarden op de tocht.
Werkgevers beweren steeds dat ze – onder druk van de concurrentie - wel moeten zolang hun traditionele gesprekspartners te star zijn en flexibele cao’s in de weg staan. Maar volgens veel bondsbestuurders zijn de bedrijven meestal uit op bezuinigingen over de ruggen van hun medewerkers en proberen ze ook onder de bijdragen uit te komen aan sociale fondsen voor scholing, kinderopvang en pensioenen.
Bestuurder Jan Heilig (beroepsgoederenvervoer) noemt het een ordinaire ‘witwasconstructie’, met geen ander doel dan flink te besparen op de loonkosten. Heilig maakte in zijn sector mee hoe tientallen bedrijven het op een akkoordje gooiden met de LBV. Het gaat om bedrijven die niet zijn aangesloten bij landelijke brancheorganisaties als Transport en Logistiek Nederland en zich dus niets aantrekken van de cao die FNV en CNV eerder met bedrijven in deze sector overeenkwamen.
Heilig: “Het is zorgwekkend dat je met deze nepconstructie een cao kunt afsluiten. Men stopt gewoon een aantal bedrijfscao’s in één sector-cao, want dan hoef je niet aan te tonen dat je veel leden hebt. Eéntje is al genoeg, desnoods de vrouw van de directeur. Werkgevers die dat doen, die noem ik schorem. Wat zij hun personeel aandoen is ongelooflijk. Mensen worden uit pure angst gedwongen mee te doen, anders zijn de gevolgen heel vervelend. Er wordt met de knoet geregeerd.”
Het wordt werkgevers heel makkelijk gemaakt om met andere partijen een cao af te sluiten. Steeds meer organisatiedeskundigen en onafhankelijke bureaus profiteren van de ruzie aan de onderhandelingstafel en springen in het gat met cao-adviezen. Maar de bedrijven kunnen desnoods ook zelf een spookbond oprichten, waarna het lidmaatschap vrijwel gratis aan het personeel wordt aangeboden. Of ze gaan in zee met cowboybonden zoals de LBV, die gebruik maken van de mazen in de wet, waarin niet geregeld is hoeveel leden een bond minimaal moet hebben om te mogen meepraten.
Jan Heilig: “De LBV komt voort uit de havenstaking van 1979. Ze stonden toen nota bene links van de vervoersbond. Maar wat er daarna allemaal met de LBV is gebeurd, is mij volkomen onduidelijk. De LBV is soort bedrijfje geworden dat overal opduikt om contractjes af te sluiten die beduidend slechter zijn dan gewone cao’s. Dat gebeurt samen met een advocaat die een kruistocht voert tegen de gevestigde orde. Op één of andere manier hebben hij en de LBV elkaar gevonden en zijn ze kennelijk aantrekkelijk voor, zeg maar, de slimme werkgevers in deze sector. Die loggen in via een website en kunnen zo meedelen dat ze lid zijn. Ze krijgen dan keurig een rekening en hebben een cao, zonder dat het personeel ergens van weet.”
Soms worden de werknemers lekker gemaakt om snel lid te worden van de LBV. Met hun handtekening is er vervolgens een rechtsgeldige cao. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij Taxi Twente. Pieter Beuzenberg: “De mensen was verteld dat ze betere contracten zouden krijgen. Bovendien, de baas betaalde. Toen ze tekenden, tekenden ze meteen voor de cao. Het valt niet hard te maken, maar je krijgt de indruk dat ze erin zijn geluisd. Ik heb nog gevraagd: denken jullie nou echt dat de baas het lidmaatschap betaalt als hij daar zelf niet beter van wordt? Toen drong het pas tot ze door, maar toen was het te laat.”
Voor deze taxi-cao kreeg de LBV overigens dispensatie van het ministerie van Sociale Zaken. Die wordt nu door FNV Bondgenoten aangevochten. De meeste werknemers hebben hun LBV-lidmaatschap weer opgezegd. Ook de dispensatie in het beroepsgoederenvervoer wordt aangevochten. De FNV hoopt dat minister De Geus de constructie zal verbieden omdat er discriminerende bepalingen in de cao zitten.
Jan Heilig: “Het gaat om het loon voor buitenlandse chauffeurs. Zij worden nu afgescheept met de helft van het loon dat in Nederland gebruikelijk is. En dat mag niet. Niet met vrouwen, niet met negers, dus ook niet met Poolse chauffeurs.”
De juridische strijd van de FNV heeft nu en dan succes. Zo won de bond onlangs een kort geding dat was aangespannen tegen de werkgevers in de horeca. Die waren met De Unie overeengekomen dat medewerkers van cafés en restaurants voortaan geen loon zouden krijgen als zou blijken dat er geen werk was. De rechter vond dat die bepaling niet kon gelden voor FNV-leden, die de cao niet hadden ondertekend.
In de pluimveesector won de FNV de strijd op een andere manier. Daar is in een nieuwe cao afgesproken dat de bedrijven niet langer in zee mogen gaan met detacheerders die de afspraken met een eigen cao ontduiken. Bovendien komt er een landelijke kwaliteitscontrole door onafhankelijke bureaus, die erop toezien dat bedrijven die voor de sector werken, zich netjes aan de regels houden.
Verder lopen er tal van bezwaarprocedures bij met ministerie, dat telkens opnieuw moet beslissen of een cao dispensatie krijgt van de algemeen verbindend verklaring. Volgens hoogleraar arbeidsrecht Jaap van Slooten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, zit het echte probleem vooral in de representativiteit van de vakbonden. Zolang de wetgever daarover geen duidelijkheid schept, houden partijen als de LBV hun invloed op het cao-overleg.
Van Slooten: “Het ligt voor de hand om van cao-partners een minimum aantal leden te eisen, maar dat levert direct andere problemen op. Tien procent is bijvoorbeeld voor de FNV in sommige sectoren te hoog en tegelijkertijd nogal dun om over de arbeidsvoorwaarden te mogen meepraten.”
Een andere oplossing is volgens de hoogleraar een ‘cao-referendum’, waarbij werknemers achteraf hun goedkeuring aan het akkoord kunnen geven. Maar ook kan er in de wet meer ruimte worden gecreëerd voor bonden op bedrijfsniveau.
Van Slooten: “Mijn voorkeur gaat uit naar ruimere bevoegdheden voor de or om afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden. Misschien hebben niet alle ondernemingsraden daar direct behoefte aan, maar het treft me dat - als die behoefte wel bestaat – het juridisch bijna onmogelijk is om dat waar te maken”.
Bestuurder Jan Heilig vindt ook dat er nieuwe regels moeten zijn voor de representativiteit. Hij ziet wel wat in een minimum aantal leden. Heilig: “Omdat we niet overal even sterk vertegenwoordigd zijn, reageren we als bond vaak nerveus op dat soort dingen. Maar ik vind dat er criteria moeten zijn. Zonder een vereist minimum aantal leden mag je niet meepraten. Ik snap dat een hoofdbestuur daar nerveus van wordt, maar ja, je moet als bond toch gelegitimeerd zijn?”
Het ministerie van Sociale Zaken is er nog niet helemaal uit hoe de wetgeving kan worden aangescherpt. Het wachten is op voorstellen van de Stichting van de Arbeid. “We hopen”, zegt een woordvoerder, “dat die op enigszins korte termijn komen.”
Tot die tijd blijft de FNV het gevecht met de cowboybonden aangaan. In sommige sectoren lijkt de strijd inmiddels te lang te duren. Bij de tankstations en de autowas- en poetsbedrijven hebben bondsbestuurders de moed al opgegeven. De cao is daar al ruim zes jaar ‘in handen’ van de LBV. Ze weten bijna niet beter.
Tineke Moleman (Metaal & Techniek): “In de beginjaren hebben we echt alles geprobeerd om toch te kunnen onderhandelen. Maar ze houden voortdurend de boot af, we kunnen daar niet veel tegen doen. Het lukt niet eens om met de LBV een normaal gesprek te voeren. Ik bel wel met ze, maar ik krijg op één of andere manier nooit de cruciale persoon te pakken. Ik vind het een beetje flauw om dan maar onder een andere naam een afspraak te maken. Dat ga ik niet doen, zo ben ik niet.”