KPMG Amstelveen
Marcel van der Schalk ontwierp nieuw hoofdkantoor KPMG
Een huiskamer voor iedereen
Het splinternieuwe hoofdkantoor van KPMG in Amstelveen is in architectenland onderwerp van een stevig debat. Het pand langs de A9 valt op door kolossale afmetingen en organische vormen en daar is niet iedereen enthousiast over. Maar ondertussen voelen de 2500 bewoners van ´Langerhuize´ zich kiplekker op hun nieuwe stek. Architect Marcel van der Schalk over bouwen volgens de principes van Het Nieuwe Werken en de heersende mores in vastgoedland.
Vakbroeders zien in Marcel van der Schalk een eigenwijze snijboon, die zich weinig aantrekt van zaken die in de architectuur gemeengoed zijn. Neem iets simpels als een rechte lijn. Generaties architecten groeiden op achter de tekentafel met de winkelhaak in de aanslag. Van der Schalk heeft daar een heel eigen idee over. ´Ik vind een rechte lijn eigenlijk zo bijzonder dat ik hem niet zo vaak gebruik´, zegt hij. ´Denk aan een schip, ik wil harmonieuze beweging, geen stilstand.´
En dat is te zien ook. Of het nu gaat om de Gasunie in Groningen, het ING-gebouw in Amsterdam Zuid-Oost, Victoria in Rotterdam of de hoofdzetel van KPMG: alle projecten waaraan hij meewerkte of die hij ontwierp tonen de rondingen, bogen en natuurlijke materialen, die kenmerkend zijn voor een op antroposofische leest geschoeide bouwkunst. Daarbij wordt de vorm ´organisch´ bepaald door functie en gebruik. En dus bij voorkeur niet door praktische prefab of een knellend stedenbouwkundig korset.
Zelf spreekt Van der Schalk liever van ´vrije vormgeving´. Weg met de hoekige soberheid, de lage plafonds en flexibele kantoorruimtes, die vooral flexibel zijn bij gebrek aan ideeën. Van der Schalk denkt aan de uiteindelijke gebruikers en hun onderlinge relatie. ´ Ontmoetingen tussen mensen staat centraal. Hoe? Daar zijn geen toverwoorden voor. Je moet er intens mee bezig zijn. Ik werk van binnen naar buiten, ik maak gebouwen om de werkplekken heen.´
Open ruimte
Langerhuize is met 62.000 vierkante meter één van de grootste kantoorgebouwen die de afgelopen jaren in Nederland is gerealiseerd. Binnen staan de medewerkers van KPMG en hun onderlinge relatie centraal. Het gebouw is zo ontworpen dat zij als één hecht team hun werk als accountant en belastingadviseur kunnen doen.
De werkomgeving is opgezet als een grote open ruimte, verdeeld over meerdere verdiepingen die door twee glazen atria worden verbonden. Hierdoor kunnen de bewoners elkaar voortdurend zien. Er zijn vrijwel geen hokjes of gesloten vertrekken, waarin collega´s zich kunnen verstoppen. Het is mogelijk om de 240 meter tussen de uithoeken van het gebouw te bewandelen zonder ook maar één deur te hoeven opendoen. De deuren die er zijn – en die het pand brandveilig in compartimenten verdelen - zijn weggeschoven in de wanden.
Van der Schalk: ´Het pand biedt een creatieve en actieve werkomgeving, waarbij mensen elkaar ontmoeten en kennis uitwisselen. Kennis is macht en de neiging kan bestaan om die voor jezelf te houden. Maar KPMG realiseert zich dat, als je kennis deelt, je daar samen juist sterker van wordt. Dit gebouw nodigt uit om te delen. Zeker in deze tijden, waarin alles snel gaat, is dat ongelooflijk belangrijk. Ontmoeting en een open dialoog tussen medewerkers zijn daarom essentieel.´
Ondanks de open verbindingen hebben de medewerkers per afdeling wel een eigen plek in het gebouw en – waar dat bijvoorbeeld omwille van de vertrouwelijkheid noodzakelijk is – de mogelijkheden om zaken achter slot en grendel op te bergen. Verder zijn op uitgekiende plekken koffiecorners ingericht, waar ze elkaar tegen het lijf kunnen lopen. De pantries zijn uitgerust met lcd-schermen, die weer zijn aangesloten op het bedrijfsnetwerk. Als zij dat willen kunnen de collega´s hun gespreksonderwerp terplekke checken of verder onderzoeken. Met een verse kop koffie binnen handbereik.
De architect: ´Het werkt. Als je achter gesloten deuren zit vinden communicatie en ontmoetingen niet plaats. In Langerhuize zitten de leden van de raad van bestuur gewoon tussen de werknemers. Zij zeggen: wij hebben hier in een paar dagen al meer mensen ontmoet en gesproken dan we in het oude gebouw misschien in een jaar hadden gedaan. De openheid en flexibiliteit hebben ze nodig om te kunnen samenwerken. Het is één open werkplek met een grote mate van transparantie. Als bezoeker heb je daar niets te zoeken. Je komt er niet. Zelfs ik mag niet er meer komen, tenzij een bewaker meegaat.´
Dynamisch
Het resultaat van de nieuwe opzet is dat de werkteams gevoelsmatig maar ook fysiek dichter bij elkaar zitten. Het is een efficiënte manier van omgaan met dure kantoormeters in tijden dat het thuiswerken wordt gestimuleerd en nieuwgebouwde kantoormeters nodeloos leegstaan. Het lijkt een prima antwoord op Het Nieuwe Werken. Maar hoe zit het met de natuurlijke behoefte van werknemers aan een eigen stek, aan een eigen territorium, het familieportretje op het bureau?
Van der Schalk: ´Dat ligt eraan. Die behoefte is niet per definitie bij iedereen aanwezig. Je werkt op een klein en dynamisch oppervlak met collega´s, die prettig samenwerken en graag bij elkaar gaan zitten. Het wordt door KPMG vergeleken met een restaurant. Daar zit je ook graag in een ruimte waar anderen zijn. Je wilt op zo´n plek liever vijf minuten langer op je eten wachten dan dat je in je eentje in een hele grote chique tent zit.´
´Het uitgangspunt´, zegt hij, ´is dat met hechte teams snel kan worden gewerkt. Een harmonieuze drukte, een huiskamer voor iedereen, waarbinnen in deze beweeglijke wereld de problemen snel en efficiënt kunnen worden opgelost.´
Van der Schalk gaf KPMG het antwoord op de intensievere communicatie met de buitenwereld, de andere vestigingen en het buitenland. Goed samenwerken kan volgens hem het best als je elkaar ziet en als je bijvoorbeeld hoort waarover je collega aan het bellen is. Dat is voor sommigen misschien wennen, niet alle afdelingen passen in de cultuuromslag. Bewoners moeten ermee leren omgaan, kunnen zich niet uren verstoppen op het toilet.
De architect: ´Maar die openheid en transparantie zijn noodzakelijk. Als je iemand dertig meter verderop achter een deur zet, dan wordt er niet intensief samengewerkt of snel geschakeld. En toevallige ontmoetingen kun je dan sowieso vergeten.´
De bewoners van het nieuwe hoofdkantoor hebben niet alleen elkaar in het vizier. Het gebouw is zo ontworpen dat er een hechte relatie is met de buitenwereld. Door de vorm heeft ieder vertrek vrij uitzicht over de omgeving. Grote glazen wanden in het auditorium met 400 zitplaatsen zijn welbewust schuin geplaatst zodat ze niet spiegelen en je dus eenvoudig naar buiten kunt kijken. De raampartijen zijn niet eenvormig, maar uitgevoerd in verschillende varianten, zodat iedere werkplek van binnenuit een uniek en afwisselend venster op de wereld biedt.
Het gebouw reageert bovendien op de veranderende omgeving. Door gebruik te maken van extra diepe voegen in het metselwerk en de vele rondingen in het gebouw speelt het licht met de stenen en ontstaat een afwisselend kleurenspel en patroon van schaduwen.
Scheiding
In het vorige hoofdkantoor van KPMG, even verderop langs de A9, kwamen klanten en medewerkers het gebouw binnen en losten er vervolgens in op. KPMG wilde een nieuw kantoor met dezelfde uitstraling van betrouwbaarheid en degelijkheid, maar wilde dat het in- en exterieur werden aangepast aan de meest moderne inzichten.
Dat heeft ertoe geleid dat Langerhuize een duidelijke scheiding maakt tussen verdiepingen met de werkruimten en de ontvangstruimte met het vergadercentra op de onderste twee verdiepingen. Ook daar zijn de inzichten van Het Nieuwe Werken terug te vinden.
Om te beginnen hoeven klanten van KPMG en de leveranciers niet op zoek naar een parkeerplek. Alle parkeervoorzieningen en laad- en losruimten zijn uit esthetisch oogpunt onder het gebouw gesitueerd. Daar is het droog en beschut en dat is voor bezoekers uiteraard het prettigst. Ook alle nutsvoorzieningen zijn er uit het zicht.
De bezoekers betreden het gebouw vervolgens via een lichte entreehal aan de zuidzijde, waar het meeste zonlicht binnenvalt. Eenmaal binnen worden ze getrakteerd op een groot en hoog atrium (Van der Schalk: ´Je ziet de hemel. Kijk naar boven en geef jouw gedachten de ruimte´.). In de wanden, plafonds en het meubilair zijn veel duurzame en natuurlijke materialen verwerkt, waaronder bamboe en natuursteen.
De architect: ´De cliënt wordt in Langerhuize groots ontvangen en gepamperd. De omgeving is warm, er komen vriendelijke dames naar je toe die je welkom heten, alle voorzieningen en vertrekken bevinden zich onderin over twee lagen zodat de bezoekers niet door het gebouw hoeven te dollen. Er is in het levendige atrium een grandcafé waar je ook als medewerker het gesprek ontspannen kunt voortzetten.´
Het gebouw voldoet aan de moderne eisen op het gebied van duurzaamheid. De verlichting brandt alleen bij aanwezigheid van mensen en past zich aan op basis van daglichtregeling. Het pand is bovendien uitgerust met een eigen energiecentrale. Uitgekiende luchtbehandeling en ventilatie anticiperen op de aanwezigheid van mensen. Met een knipoog: ´Het is binnen waarschijnlijk gezonder dan buiten.´
Het heeft al met al tien jaar geduurd om Langerhuize te realiseren, vanaf de eerste gesprekken tot en met de oplevering begin dit jaar. In die tien jaar waren de wensen van de opdrachtgever en de stedenbouwkundige verlangens van de gemeente volop in beweging. En dat had effect op de structuur van het gebouw.
Aanvankelijk bestond Langerhuize uit losse gebouwen, maar door een toenemende ruimtebehoefte is er uiteindelijk een geheel van gemaakt. Ook moesten er omwille van de financiën concessies worden gedaan aan het oorspronkelijke ontwerp, waarin meer transparant glas was opgenomen. Ook waren er gaandeweg veranderingen, die duidelijk afweken van de oorspronkelijke bedoelingen van de architect. Zo viel het glas groener uit dan hij had gewild. Maar de afwijking viel formeel volledig ´binnen de normen´ van de aannemer en moest worden geaccepteerd. Ook de parkeervloer is vanwege de kosten minder verdiept gerealiseerd dan Van der Schalk aanvankelijk wilde.
Het waren wijzigingen, die onvermijdelijk bleken. Daar stond tegenover dat de architect van zijn opdrachtgever de vrije hand kreeg. Het plan van eisen was amper een half a4-tje groot. De jarenlange samenwerking bevalt zo goed en is zo innig dat er alweer nieuwe opdrachten aan de Amsterdamse architect zijn gegund.
Vrijgevochten
Van der Schalk bracht zijn jeugd door op Ibiza. Hij is een kind van een ´vliegende zakenman´ en een kunstenares. Het leverde hem een mix op van vrijgevochten opvattingen en een vleugje zakelijke degelijkheid. Na zijn studietijd kwam hij begin jaren tachtig terecht bij een traditioneel bureau, waar hij ´recht leerde fietsen´. Bij een ander bureau, waarvoor hij het interieur van het toenmalige NMB-hoofdkantoor in Amsterdam Zuid-Oost ontwierp, ontdekte hij de lol van het ´schuin fietsen´, het tegendraadse, waar veel collega´s in zijn vakgebied niet goed mee uit de voeten kunnen.
´Ik laat me inspireren door de natuur en het reizen. Ik ben vaak in het buitenland om inspiratie op te doen. Vijftien jaar geleden kapte ik al bamboe in de jungle en verdiepte mij in de mogelijkheden van parelmoer die wordt gewonnen uit weggegooide schelpen. Deze materialen zijn prachtig voor toepassingen in gebouwen en ik maakte er tientallen gezinnen in dat gebied gelukkig mee.´
Van der Schalk realiseert zich dat hij met zijn eigenzinnige manier van werken een geïsoleerde positie inneemt. En hij snapt heus wel dat de vakbroeders daar over het algemeen niet erg gecharmeerd van zijn. ´Ze kunnen er niks mee. Je doet kennelijk niet mee als je hierin meegaat. Maakt mij niet uit. Ik ben overtuigd van wat ik doe. Mijn opdrachtgevers zijn zeer content. En de duizenden mensen die ik in de gebouwen rondleid vinden het prachtig.´
ANDREW GROENEVELD