Lol loont!
Bron: FNV Magazine
Er wordt wat afgebuffeld in kantoren en fabrieken. Keihard werken en prestaties leveren, alleen daarvan kan de economie groeien. Niet waar, zegt een groeiend leger deskundigen. Gezelligheid en een beetje lol maken met collega’s zet ook zoden aan de dijk. Zelfs een mooi plantje in de vensterbank kan helpen. Plezier op het werk is een serieuze zaak.
Ik, ik, ik was het credo in de jaren negentig. Maar inmiddels dringt het besef door dat je met een leuk salaris, een dito baan en een dik pakket uitmuntende arbeidsvoorwaarden niet automatisch plezier hebt in je werk. Want de files blijven lang en de kantoorgebouwen saai. En dan zijn er nog de bazen, die hun medewerkers elke minuut van de dag aan de targets helpen herinneren.
Bovendien blijkt uit recent FNV-onderzoek dat een leuke baan nog altijd moeilijk valt te combineren met privézaken, zoals scholing, vrije tijd en de zorg voor kinderen of zieke familieleden. In de dagelijkse snelkookpan geven de verworven rechten geen echte voldoening. Want wat heb je aan het recht op bijvoorbeeld een jaar gespaard verlof of het verrichten van zorgtaken als je geen aardige collega’s hebt die willen meebetalen aan een plezierige werkomgeving, waarnaar je wilt terugkeren?
Plezier op het werk wordt dus steeds belangrijker. En in je eentje wil dat niet echt lukken. “Die ik-cultuur, dat geïsoleerde werken, heeft inderdaad z’n langste tijd gehad”, constateert prof. dr. Peter Vink, hoogleraar aan de TU Delft en manager bij TNO Arbeid. Vink schreef het boek ‘Comfortabel en slim werken’. “Salaris blijft altijd de basisvoorwaarde. Maar leuke inhoud en leuke collega’s, daar komt het echte plezier vandaan. Dat wordt steeds meer onderkend.”
Vink beschrijft in zijn boek dat de ‘homo sapiens’ inmiddels is vervangen door de ‘homo zappiens’, de veeleisende en individueel opererende mens, die veel prikkels nodig heeft en dus ‘zapt’. Bedrijven, die daarop voldoende inspelen, zullen het meest succesvol zijn. Het gaat erom, meent Vink, dat bedrijven voor ‘wow-werk’ moeten zorgen. Werk dus, waarin je regelmatig ‘wow’ zegt.
Of dat in de Nederlandse kantoren en fabrieken voldoende gebeurt is de vraag. Aandacht voor algemene zaken als de gezondheid van de medewerkers, de omstandigheden in de fabriek en de kans op beroepsziekten is op veel plekken al heel normaal. Ook het belang betrokkenheid van medewerkers wordt doorgaans niet onderschat. Maar hoe je mensen echt gelukkig maakt, zodat ze blij en enthousiast naar hun werk rijden, daarvan hebben veel personeelsmanagers geen kaas gegeten.
En toch is dat voor bedrijven en hun werknemers belangrijk, zegt de Zwitserse geluksprofessor Bruno Frey. Hij onderzocht de invloed van gelukkige werknemers op bedrijven. Over plezier op het werk zegt hij: “Kijk, het is natuurlijk niet meetbaar of een koekje bij de thee helpt. Maar je kunt wel in brede zin een duidelijke relatie zien tussen het succes van een onderneming en wat we de inwendige moraal van werknemers noemen. Die inwendige moraal heb je gewoon nodig om creatief te kunnen zijn. Als je wilt dat mensen meedenken en oplossingen verzinnen, dan is een goede behandeling nodig. Het helpt niet als je commandeert: wees creatief. Dan gaan mensen gewoon zitten wachten tot het uiteindelijk vijf uur wordt.”
Medewerkers moeten zich dus blij en gelukkig gaan voelen op de werkvloer. De vraag is natuurlijk hoe je dat bereikt. Volgens de deskundigen moeten een salaris en interessant werk sowieso goed geregeld zijn. Zonder die basisvoorwaarden is er geen beginnen aan. Maar daarnaast is individuele aandacht – en dan vooral positieve aandacht – verreweg het beste instrument.
Die kennis is overigens niet nieuw. Al aan het begin van de vorige eeuw, toen onderzoek naar de psychologische aspecten van het werk nog in de kinderschoenen stond, kregen wetenschappers in de gaten dat blije mensen harder en beter werken. Beroemd zijn de experimenten in 1924 in de fabrieken van Western Electric in de Verenigde Staten. Daar probeerden wetenschappers uit onder welke lichtomstandigheden de werknemers tot de beste prestaties kwamen.
Het personeel werd in twee groepen verdeeld. De ene groep werd blootgesteld aan verschillende soorten verlichting. Zelfs kaarslicht werd uitgeprobeerd. Bij de andere groep veranderde er helemaal niets. Ondertussen werden de prestaties van beide groepen nauwkeurig gemeten.
Het onderzoek had een verrassende uitkomst. Bij beide groepen schoten de prestaties omhoog, dus ook bij de groep waar niets was veranderd. Zelfs toen overal de oude verlichtingssituatie werd hersteld, bleven de werknemers beter presteren. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat niet het licht, maar alle aandacht het moreel van het personeel had opgekrikt.
Inmiddels worden zaken als goede verlichting en makkelijk zittende stoelen algemeen gezien als belangrijk. Maar dat betekent niet dat daarmee de kous af is. Neem bijvoorbeeld het werken met een computer. Uit recent Japans onderzoek blijkt dat werknemers die meer dan vijf uur per dag achter een computer zitten een grote kans lopen op depressiviteit, slapeloosheid en zelfs gevoelens van eenzaamheid. Het onderzoek onder 25.000 werknemers was het grootste onderzoek ooit naar het geestelijk effect van computergebruik. Volgens de onderzoekers moeten werkgevers erop toezien dat het personeel beslist niet langer dan vijf uur per dag achter een beeldscherm zit.
Steeds meer bedrijven proberen op een actieve manier het plezier op de werkvloer te vergrootten en grijpen daarvoor naar onorthodoxe middelen. Een bekend voorbeeld is de bedrijfsmassage, die de pijn uit de schouders van de werknemers knijpt. Het is niet alleen een probaat middel tegen gewrichtsklachten, ook de rust en de persoonlijke aandacht doen wonderen.
Een andere noviteit is de lunchwandeling. Het ministerie van LNV liet er onlangs een heel rapport over schrijven. Een ommetje blijkt het ideale middel om werknemers actiever te laten worden en winterdepressies te bestrijden. De lunchwandeling kost weinig tijd en geld en is goed voor de sociale contacten. De kans op blessures is klein. En als iedereen tijdens de lunch de benen strekt voor een wandeling voldoet de werkende bevolking in één klap aan de overheidsnormen voor gezond bewegen.
Zeker de helft van de beroepsbevolking eet zittend de middagboterham. Er wordt inmiddels onderzocht hoe lunchwandelingen kunnen worden gestimuleerd, bijvoorbeeld door het aanbieden van speciale picknickpakketten in de kantine.
Ook het neerzetten van planten op de werkvloer kan plezierverhogend werken. Een Britse onderzoeker liet nagaan welke effecten het groen had op de prestaties van scholieren. Het bleek dat planten daadwerkelijk de intelligentie stimuleren. De aanblik van planten kan in vijf minuten de stress met tientallen procenten verminderen. Bovendien gaat het groen ook nog eens de overdaad aan kooldioxide tegen, waardoor personeel zich beter kan concentreren en in de regel dus beter werk aflevert.
Het kan zelfs nog een stapje verder. De onderzoekers menen dat ook de soort plant een belangrijke rol speelt. Vooral lelies en yuca’s zouden geschikt zijn voor het bestrijden van kooldioxide, hoge bloeddruk en concentratieverlies. Verder is het verstandig te letten op de persoonlijke voorkeuren van werknemers. Niemand zit te wachten op een zielig verdroogd niemendalletje in de vensterbank. Introverte personen houden van ingetogen exemplaren, medewerkers van extroverte makelij vallen meer op bloemen en kleuren.
Dezelfde persoonlijke voorkeuren gelden voor omgevingsgeluiden. Die kunnen ook bepalend zijn voor het plezier op het werk. Sommigen zweren bij stilte en rust en komen zo tot de beste prestaties. Anderen bloeien op in een dynamische omgeving, waarin de radio vrolijk schettert en er voortdurend collega’s in en uit lopen.
De Europese Commissie neemt de nieuw verworven kennis serieus en heeft besloten onderzoek te laten doen naar de positieve effecten van planten op het werk. TNO Arbeid is in de race om die studie uit te voeren. Maar hoe belangrijk ook, van een plantje alleen mag je geen wonderen verwachten, zegt woordvoerder Inge Beckers van TNO Arbeid. Het gaat er natuurlijk om dat er méér gebeurt.
Inge Beckers: “Zonder een goed personeelsbeleid helpt een plantje natuurlijk niet. Ik denk dat het voor veel hr-managers momenteel moeilijk is om sowieso een goed personeelsbeleid van de grond te tillen. Zij maken niet altijd onderdeel uit van het managementteam. En dan kun je nog zoveel goede ideeën verzinnen. Het heeft dus alles met de structuur van de organisatie te maken.”
En met de manier waarop bazen met hun mensen omgaan, zegt professor Vink. Vink predikt méér aandacht voor de emoties van het individu en het comfort, waarin de medewerkers moeten opereren. De zachte kant dus van de werkomgeving.
Vink: “Wat comfort is, is moeilijk voor een ander te bepalen. Je moet het altijd aan iemand zelf vragen. Comfort is niet alleen het tegenovergestelde van discomfort, zoals verkeerd zitten of repeterend handelen in een fabriek. Nee, bij comfort gaat het om de momenten waarop je uitstijgt boven de omstandigheden, die je vooraf had. Dat betekent dat je iedere keer nieuwe prikkels moet verzinnen. In de fysieke omgeving is dat misschien moeilijk, maar als het om mensen gaat is dat niet zo ingewikkeld.”
Functioneringsgesprekken zijn volgens Vink aangewezen momenten om het werkplezier op een eenvoudige manier te vergrootten. Hij zegt: “We zijn ontzettend gewend om vooral te bespreken wat er allemaal niet goed gaat. Dat is nogal somber. Wat ontzettend leuk werkt is de vraag: wat waren voor jou nu de drie hoogtepunten van het afgelopen jaar? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat je meer van dat soort momenten gaat beleven? Bewust naar leuke dingen vragen, daar worden mensen blij van.”
“Het is natuurlijk niet zo dat het alleen maar daarover kan gaan”, zegt Vink. “Maar ik heb het gevoel dat de balans tussen die positieve en emotionele zaken en alle negatieve aspecten een beetje zoek is. Fiftyfifty zou een goede verdeling zijn. Maar nóg liever 51,63 procent aandacht voor de positieve dingen.”
Een gezelliger werkomgeving heeft ook positieve effecten, omdat het personeel zich dan meer ‘thuis’ voelt bij de baas. Vink: “Je ziet dat er hier en daar kantoren worden ontworpen, die daar rekening mee houden. Een zithoek bij het koffieapparaat bijvoorbeeld. Dat lijkt vooral gezellig, maar werkgevers weten dat op die plekken weer new business wordt bedacht. Er zit dus nog wat achter.”
Een enkel bedrijf vraagt al aan universiteiten om heel personeelsvriendelijke kantoren te ontwerpen. Werknemers zitten dan in een virtueel kantoor en kunnen aanwijzen waar bijvoorbeeld een plantje moet staan of een schilderij aan de muur moet komen. Professor Vink: “Het is een klein deel van de markt helaas. De meeste bedrijven laten nog altijd traditionele kantoren bouwen.”
Alle pleidooien voor meer plezier op het werk ten spijt, de meeste leidinggevenden kijken vooral naar de jaarwinst. Vink: “Als je echt alleen maar let op de financiële targets volgens het afrekenprincipe kan dat een risico inhouden voor de continuïteit van de onderneming. Als je alleen op de centen let, blijft er niets over voor nieuwe producten en innovaties, waarvoor je tevreden werknemers nodig hebt. Studies tonen ondubbelzinnig aan dat winstgevendheid stijgt als je de ideeën van medewerkers benut. Vaak heb je eerst plezier en komen dan de ideeën. Maar andersom is het net zo. Wanneer je daadwerkelijk invloed hebt op wat er gebeurt, komen de ideeën vanzelf.”
Domweg meer betalen is al lang niet meer zaligmakend voor plezier op het werk. Volgens de Zwitserse professor Frey kan in sommige sectoren zelfs het tegenovergestelde gebeuren wanneer mensen uitsluitend worden aangesproken op hun hebzucht. Mensen gaan, zegt Frey, vooral beter presteren als ze er ergens lol in hebben. Zelfs in een echte prestatieomgeving gaat het om de onderliggende persoonlijke motivatie.
Frey: “Als je in fabrieken op simpele productieafdelingen goed betaalt en extra beloont voor extra prestaties, dan zie je een paar dingen gebeuren. De mensen die zo’n manier van werken leuk vinden, raken extra gemotiveerd. Mensen die daar niet van houden gaan weg. En tegelijk trekt het weer anderen aan die van zo’n werkomgeving houden. Zo vormt zich een groep gemotiveerde mensen en dat is waarom het draait.”
Ook langs de lopende band gelden dezelfde wetten, zegt Frey. “Mensen met simpele productiebanen zijn trots op wat ze doen en willen daarin gemotiveerd worden. Je moet ze dus vooral fair behandelen en serieus nemen. Dus als iemand te laat komt niet onmiddellijk gaan straffen, maar bijvoorbeeld vragen: waarom ben je te laat? Misschien hebben ze er wel een goede reden voor.”
Overigens is het niet vreselijk slecht gesteld met het plezier op de Nederlandse werkvloer, zo blijkt uit een in januari gepubliceerde FNV-studie. Volgens de onderzoekers gaat ruim driekwart van de werknemers ronduit met plezier naar het werk. Opvallend is dat bij de jongeren tot 24 jaar 94 procent zegt met plezier te werken. De groep 55 tot 64-jarigen beleeft met 59 procent de minste arbeidsvreugde. Volgens diezelfde studie is het salaris altijd het belangrijkste, gevolgd door sfeer, zelfstandigheid en werktijden. Werknemers die plezier hebben in hun werk vinden bovendien zelfstandigheid belangrijker dan hun collega’s, waarbij het plezier ontbreekt. Ontevreden werknemers vinden vooral dat de baas verantwoordelijk is voor het persoonlijk welzijn.
Steeds vaker laten bedrijven uitvoerig onderzoek doen naar plezier op het werk. TNO Arbeid is een van de organisaties, die dat onderzoek naar de medewerkertevredenheid doet. Alle aspecten van het werk komen daarbij aan de orde en zo’n onderzoek gaat in de regel dus veel verder dan plezier op het werk alléén.
TNO-onderzoeker Marja Willemsen: “Tevredenheid is niet de enige, maar wel één van de factoren die de prestaties van een bedrijf bepalen. Het grootste gevaar bij dergelijk onderzoek is dat ze vaak bedacht worden door personeelsafdelingen of de ondernemingsraad, zonder dat het management erbij betrokken is. Dan wordt het moeilijk om dingen echt in gang te zetten. We dringen er altijd op aan dat het management meedoet en opdrachtgever is.”
De stap ná het onderzoek is erg belangrijk. De resultaten, die via anonieme vragenlijsten naar boven komen, worden achteraf met betrokkenen doorgenomen. Alles komt aan de orde, zoals bijvoorbeeld het functioneren van de leidinggevende. Willemsen: “Dat is toch iemand die de werkomstandigheden kan verbeteren, maar ook kan verpesten.”
Inge Beckers: “Vaak zie je dat er simpele oplossingen zijn. Het komt vaak voor dat mensen in een bedrijf gewoon te weinig met elkaar praten. Goed werkoverleg maakt dan al een heel verschil.” En Willemsen: “Vaak zeggen leidinggevenden: ja, maar mijn deur staat altijd letterlijk open. Je kunt altijd binnenlopen. Maar uit zo’n onderzoek blijkt dan dat het personeel daarvan geen idee heeft, gewoon omdat ze nooit op die verdieping komen, om maar wat te noemen.”
De onderzoeken tonen meestal aan wat mensen al lang weten. “Maar dat is ook goed”, zegt Willemsen, “anders weet je kennelijk niet wat er zich in jouw bedrijf afspeelt. Door zo’n onderzoek wordt voor iedereen plotseling heel duidelijk wat er mis is en kunnen er prioriteiten worden gesteld.”
Wie een volledig tevredenheidonderzoek te ver vindt gaan, kan tegenwoordig ook terecht bij de FNV-cursus ‘Van werkdruk naar werkplezier’. En ook internet biedt tegenwoordig uitkomst. Er zijn gespecialiseerde commerciële sites (bijvoorbeeld tevredenheidsindex.nl) en sites die complete workshops aanbieden of curieuze tips geven waardoor je lekkerder in je vel gaat zitten (zoals: probeer positief te reageren op je collega’s!).
Is dat allemaal niet afdoende, dan is ook een consult per e-mail mogelijk voor 36 euro per keer. En wie het helemaal grondig wil aanpakken, surft naar de speciale motivatiesite (www.verrasjezelf.nl), die je dagelijks aan een gratis idee helpt in de opmerkelijke categorie ‘Ga doen wat je altijd al wilde doen’. Maar gelukkig, je kunt er ook leren jongleren.
ANDREW GROENEVELD